Raad stelt drie grote beleidsplannen vast!

De raadsagenda van 3 juli telde niet eens zoveel agendapunten, maar er zaten wel enkele zware punten bij. Omdat de raadsleden en fractieondersteuners tijdens de voorafgaande informatievergadering niet aan de bespreking van enkele belangrijke beleidsplannen toe waren gekomen werd verwacht dat de raadsvergadering wel eens een latertje zou kunnen worden. Raadsleden werd zelfs verzocht om de woensdagavond ook maar alvast te reserveren. Maar dat laatste bleek niet nodig; de raadsvergadering was zelfs redelijk vroeg afgelopen. Het verloop van raadsvergaderingen laat zich heel moeilijk voorspellen, zo bleek maar weer eens.

Diverse begrotingen en jaarstukken van gemeenschappelijke regelingen op de agenda, maar dat waren allemaal zgn. A-stukken, dus daar werd niet meer over gesproken. Waar wel over gesproken werd, dat waren drie grote beleidsplannen. Op de eerste plaats het Groenstructuurplan 2018-2022. Kern van het plan: we gaan het (openbaar) groen voortaan veel meer integraal benaderen. Bij het nieuwe beleid wordt veel meer rekening gehouden met zaken als biodiversiteit, klimaatadaptatie, waterberging e.d. Openbaar groen uit de hoofdstructuur blijft beschermd, wordt alleen bij hoge uitzondering verkocht, we gaan meer omvormen, d.w.z. van onderhoudsintensief naar extensief onderhoud. Zo worden heesters vervangen door ruig gras, dat slechts één keer per jaar gemaaid hoeft te worden. Dat bespaart op onderhoud en de uitgespaarde gelden kunnen dan weer ingezet worden om het groen, waarvan de levensduur inmiddels verstreken is, te renoveren. Zie daar enkele belangrijke uitgangspunten van het nieuwe groenbeleid. Alle partijen waren enthousiast en het plan werd met algemene stemmen goedgekeurd.

Het groenstructuurplan is best een ingrijpend plan, maar dat valt in het niet bij het Waterplan 2018-2022. Door klimatologische ontwikkelingen zijn ingrijpende maatregelen nodig om het waterbeheer op orde te houden. Beleid is om steeds meer hemelwater vast te houden en niet meer via de riolering af te voeren. Openbare verhardingen moeten daartoe afgekoppeld worden van de riolering; water moet worden opgevangen in wadi’s, sloten, waterbergingen e.d. De capaciteit van de riolering zal nooit voldoende kunnen zijn om de steeds heftiger hoosbuien op te kunnen vangen. Bovendien wil men alleen echt afvalwater bij de rioolzuivering om de waardevolle grondstoffen die daarin zitten te kunnen hergebruiken. Ook het regenwater dat op woningen en bedrijfspanden valt moet op eigen perceel opgevangen en verwerkt worden. De ambitie is om 60% van alle woningen en verhardingen in 60 jaar tijd af te koppelen. Dat lijkt ver weg, maar het is een ontzettend grote opgave met miljoenen aan investeringen. De rioolheffing stijgt niet voor niets van 160 euro naar bijna 400 euro per jaar, niet in een keer uiteraard, maar in de loop van tientallen jaren. Het afkoppelen van private woningen wordt enerzijds bevorderd door een stimuleringsregeling (subsidie bij afkoppeling); anderzijds kan die ook afgedwongen worden via een verordening. Het college kan daartoe een gebied aanwijzen en inwoners zijn dan verplicht om tot afkoppeling over te gaan, binnen vier weken, zo stond er in de verordening, maar dat lijkt wel erg kort dag. Via een (mondeling) amendement van ondergetekende maakte de raad daar uiteindelijk drie maanden van. Het geamendeerde voorstel werd vervolgens unaniem door de raad goedgekeurd.

Het derde beleidsplan heeft betrekking op de openbare verlichting; een plan dat wel uitvoerig was besproken in de voorafgaande informatievergadering. Het punt kon dan ook relatief snel afgehandeld worden. Het motto van de nota is “Slim verlichten. Alleen verlichten waar, wanneer en zoveel als nodig” en dat was voor alle partijen een erg logisch uitgangspunt. Met extra aandacht voor de mogelijke nadelige gevolgen van de Smart City-ontwikkelingen op de volksgezondheid (en dat hebben we het met name over de invloed van straling als gevolg van G5 en openbare WIFI) werd ook deze nota vastgesteld.

Het raadsvoorstel om een aanjager voor zorg en veiligheid te benoemen kreeg eveneens de instemming van de raad en dat gold ook voor enkele andere agendapunten. Aan het einde van de vergadering kwam de huisvesting van migranten nog even aan de orde. Het antwoord van het college op schriftelijke vragen van ondergetekende was wat mij betreft niet afdoende. De procedure om een ontheffing voor de huisvesting van migranten te krijgen deugt niet. De inspraakmogelijkheden van belanghebbenden zijn niet geborgd; wat mij betreft moet de procedure daarop aangepast worden. Het college wilde tijdens de raadsvergadering daar niet verder op ingaan, maar komt daar in een later stadium op terug. Op dat punt dus nog even afwachten maar inmiddels was het daarmee wel tijd voor het zomerreces.

4 juli 2018

Kees Musters