Beschouwing bij begroting Heusden 2018

De laatste begrotingsvergadering in deze raadsperiode en dat vraagt natuurlijk om een terugblik op de behaalde resultaten. Op de eerste plaats de ontwikkeling van de gemeentelijke financiële positie. Nog maar enkele jaren terug zag die er zeer zorgelijk uit: de algemene reserve zat rondom een bedrag van ca. 5 miljoen, een absoluut minimum voor onze gemeente. En ook de meerjarenbegroting liet een zorgelijk beeld zien, we hebben in de afgelopen jaren niet voor niets diverse stevige bezuinigingsmaatregelen moeten nemen. Het CDA wilde enkele jaren terug nog veel verder gaan: Het CDA helpt Heusden door de crisis. Het is maar goed, voorzitter, dat we die plannen niet overgenomen hebben en dat we als coalitie hebben vastgehouden aan ons eigen beleid. Als je nu naar de financiële positie van de gemeente kijkt, dan zien we een Algemene Reserve die weer op het gewenste niveau zit van rond de 10 miljoen en de meerjarenbegroting vertoont behoorlijke overschotten. Een nieuwe coalitie na de verkiezingen van maart 2018 krijgt een mooie financiële startpositie en dat is iets dat we al jarenlang niet gezien hebben. Natuurlijk hebben we dat vooral te danken aan de nationale en internationale economische ontwikkelingen en met name aan het herstel van de woningmarkt, waardoor we weer kunnen bouwen. Maar we hebben met ons gemeentelijk beleid geen paniekvoetbal gespeeld en heel goed geanticipeerd op deze ontwikkeling.

 

Toch zijn er enkele partijen die stellen dat het college de financiële positie te rooskleurig voorstelt. Zo wijst Heusden Transparant op de hoogte van de Algemene Reserve en het feit dat daar nog allerlei claims op liggen zoals het fietspad Tuinbouwweg en de GOL-investeringen. Wij kunnen die kritiek niet plaatsen, immers de genoemde claims zijn al in het meerjarenoverzicht meegenomen. Dat geldt ook voor de GOL-investeringen, maar dan tot een bedrag van een kleine 5 miljoen. De totale GOL-investering is natuurlijk veel groter; in de meerjarenbegroting is ruim 20 miljoen opgenomen; die bedragen gaan niet ten laste van de Algemene Reserve; voor die investeringen zijn kapitaallasten opgenomen en daarmee zijn die investeringen dus afgedekt.

En nu we het toch over de GOL hebben: vorige week kwam GS met de ontwerp PIP-plannen; die liggen momenteel ter inzage. Een maandje later dan gepland maar als het bij deze vertraging blijft, dan kunnen we daar mee leven. Met name de nieuwe randweg Drunen-west is in de afgelopen maanden weer intensief besproken; de variant van de Stichting Van Gol naar Beter is wat de Stuurgroep en GS betreft nu echt van tafel. Die variant is niet alleen veel en veel duurder dan de GOL-variant; hij levert ook nog eens geen oplossing voor de verkeersproblematiek in Waalwijk-noord en in Drunen-west. Als voorbeeld de Kastanjelaan-west: in de variant van de stichting zouden daar tegen de 10.000 motorvoertuigen per dag gaan rijden. Bovendien vervalt in die variant de noord-zuid verbinding voor het landbouwverkeer in de Baardwijkse Overlaat. Dat is volstrekt onaanvaardbaar; daar gaan we geen miljoenen voor investeren. Wat ons betreft dus een juiste conclusie van de Stuurgroep en van GS.

Bij de andere majeure projecten hebben we in de afgelopen jaren een flinke vooruitgang kunnen boeken. Met de Poort van Heusden lijkt het de goede kant op te gaan. Er wordt volop gebouwd in Geerpark, de Grassen, Dillenburg is al praktisch vol gebouwd en de nieuwe sporthal Dillenburcht is al in gebruik genomen; het Centrumplan Vlijmen nadert zijn voltooiing en ook in de Voorste Venne is de aannemer aan de slag gegaan. Daarbij moet eerlijkheidshalve ook opgemerkt worden dat de sociale woningbouw in de afgelopen jaren is achtergebleven, zeker in de kern Drunen. De economische situatie in de afgelopen jaren is daar zeker debet aan. Neemt niet weg dat er in de komende jaren een inhaalslag zal moeten plaats vinden.

Belangrijkste ontwikkeling in de afgelopen jaren zijn ongetwijfeld de transities in het sociale domein geweest. We zijn in deze raadsperiode begonnen met een extra wethouder, met name om die transities goed te kunnen invoeren. We hebben een speciale organisatie BIJEEN daarvoor in het leven geroepen en de transities hebben in de afgelopen jaren veel inspanningen van vooral onze medewerkers gevraagd. Maar ook op bestuurlijk niveau is er veel werk verzet. Aan het einde van deze raadsperiode constateren wij dat de gemeente Heusden op dit vlak een voortreffelijke prestatie heeft neergezet. Er zijn relatief weinig klachten en de klachten die er onvermijdelijk toch zijn worden snel opgelost en ook financieel gezien komen we er als gemeente goed uit. Aan het begin van dit traject waren er grote zorgen over de beschikbare financiën. De budgetten blijken achteraf ruim toereikend te zijn en we hebben zelfs een reserve sociaal domein kunnen opbouwen. Zorgen zijn er nog wel bij Baanbrekers; in de komende maanden zal daar nog intensief over gesproken gaan worden.

De raad heeft in deze raadsperiode een stapje terug moeten doen als het gaat om onderhoud van wegen, fietspaden en voetpaden. De onderhoudsplannen zijn gebaseerd op het principe heel en veilig, maar in de praktijk heeft dat zo hier en daar wel geleid tot kwaliteitsverlies. Kwaliteitsverlies dat overigens niet alleen te wijten is aan minder onderhoud; keer op keer zie je dat wegen en voetpaden wordt open gegraven voor herstel of vervanging van nutsleidingen, en dat het weer terugleggen van de bestrating nou niet echt fraai gebeurt. Iets waar de gemeente wel wat meer toezicht op mag houden. Wellicht kan de portefeuillehouder hier nog een toelichting op geven. Maar goed, nu het economisch beter gaat ontstaat er weer ruimte om hier iets extra’s te doen en dat zal in de komende jaren wat ons betreft ook moeten gebeuren. Samen met enkele andere partijen zullen we hiervoor een motie indienen.

In juli van dit jaar hebben we als raad het Integraal Huisvestingsplan vastgesteld. De komende jaren gaat er weer fors geïnvesteerd worden in nieuwe scholen. Om te beginnen in Oudheusden en daarna ook in Vlijmen. In de begroting is daarvoor een gemiddelde last opgenomen van ruim een half miljoen per jaar. Dat gaat gepaard met de instelling van een egalisatiereserve voor de kapitaallasten, een goede zaak wat ons betreft en dus stemmen wij daar graag mee in.

Tot slot de lokale heffingen. De OZB wordt nog eenmaal verhoogd met een extra bedrag van 375.000 euro. Wat ons betreft is dat de laatste keer dat deze beleidsmatige verhoging plaats vindt. De afgelopen jaren was dat bittere noodzaak, maar in de komende jaren zal deze verhoging niet noodzakelijk zijn. Gelukkig wordt die extra heffing OZB meer dan gecompenseerd door een gemiddeld lagere afvalstoffenheffing. Het omgekeerd inzamelen leidt per saldo tot een lastenverlaging van gemiddeld 27 euro per huishouden, helaas minder dan we bij invoering van het omgekeerd inzamelen verwacht hadden, maar toch. Wel een opmerking bij het inworptarief bij de ondergrondse containers. Dat tarief wordt nu verhoogd naar 2,30 euro, naar onze mening nog acceptabel, temeer omdat in de praktijk blijkt dat mensen, die inderdaad hun afval goed scheiden, niet zo vaak gebruik hoeven te maken van die ondergrondse container. Toch moeten we naar onze inschatting voorzichtig zijn met nog verdere verhogingen van dit tarief; het tarief moet geen te grote financiële drempel gaan vormen want anders zal het dumpen van afval wel erg verleidelijk worden. Indien nodig moeten de inzamelkosten van het restafval dan maar gedeeltelijk in het vastrecht verrekend worden.

Ter afronding, voorzitter, wij kijken met voldoening terug op de nu aflopende raadsperiode en gaan vol vertrouwen de verkiezingen tegemoet.