Onze bijdrage in de 1e termijn van het Raadsdebat over de 1e Bestuursrapportage 2016:

Ook hier weer de overheersende invloed van de grondexploitatie. Enerzijds een toevoeging aan de Algemene Reserve van 2 miljoen a.g.v. vrijval verliesvoorzieningen, maar dat incidentele voordeel weegt natuurlijk bij lange na niet op tegen het structurele nadeel van de lagere rentetoevoeging aan de bouwgrondexploitatie. Uiteindelijk levert de 1e bestuursrapportage een nadeel op van 566 duizend euro waardoor het begrotingssaldo voor dit jaar negatief uitkomt op 349 duizend euro. Waarbij en passant de post onvoorzien ook al is ingezet.

De technische vragen die we ingediend hebben werden vorige week bij een informatievergadering Bestuur en Beheer afdoende beantwoord. Op een enkel punt willen wij nog terug komen en dat is met name de renteclaim Akkerstraat 6-8.

We hebben daar schriftelijke vragen o.g.v. artikel 61 over ingediend en de antwoorden daarop zijn inmiddels binnen en geagendeerd voor deze vergadering. Uit de publicaties in het BD kwam een nogal ongenuanceerd beeld naar boven. Maar na lezing van het vonnis, het collegebesluit en de beantwoording van onze vragen hebben we gelukkig toch een wat meer genuanceerd beeld. Dat maakt de zaak niet beter, want die drie ton zijn we kwijt en die krijgen we niet meer terug. Maar misschien kunnen we nog wel iets leren om herhaling in de toekomst te voorkomen. Daarom willen wij nog op vier punten m.b.t. deze zaak terugkomen.

Op de eerste plaats het tijdstip van levering eind 2006, maar vooral het uitstel van levering. In uw antwoord lezen we dat dit is gebeurd op voorstel van BV2. Maar waarop is die stelling gebaseerd? Ligt er een schriftelijk voorstel van BV2? Er is wel een allonge, opgesteld door de gemeente, maar die is nooit door beide partijen ondertekend. Eigenlijk is de hele zaak van de gemeente gebaseerd op het feit dat er wilsovereenstemming zou zijn over uitstel van levering, maar die wilsovereenstemming blijkt uit geen enkel stuk. Een hele zwakke basis om een rechtszaak aan te gaan. De rechtbank heeft dat dan ook volledig van tafel geveegd!

Tweede vraag: U stelt in uw brief dat het college nooit een besluit genomen heeft om de levering uit te stellen? Toch is die levering uitgesteld, dus is de vraag wie dan wel dat besluit genomen heeft? En is dat besluit dan niet in strijd met een eerder genomen collegebesluit, nl. de koopovereenkomst.

Derde vraag: het moment dat BV2 in beeld kwam. Tot 2014 was het geding tussen gemeente en BV1. De gemeente beroept zich op de overdracht van alle rechten en plichten door BV1 aan BV2 en kreeg daarin ook gelijk van de rechter. Maar in 2014 kwam BV2 in het geding. Is er op dat moment een heroverweging gemaakt om het proces stop te zetten, gegeven de zwakke positie van de gemeente. Je had op dat moment ook het proces mogelijk kunnen beƫindigen door tot overeenstemming te komen met BV2. Is er op dat moment nog geprobeerd om alsnog tot overeenstemming te komen?

De vierde vraag betreft de eindafrekening. In deze Berap vraagt u een budget van precies drie ton. Volgens het vonnis moet rente betaald worden tot het moment van voldoening aan het vonnis. Vorige week is ons bij de informatievergadering verteld dat het verschuldigde bedrag op 14 april is betaald. De rente was berekend tot 13 april. Toch bleek bij diezelfde vergadering dat het college nog een nabetaling van ruim 3.800 euro betaald heeft op 24 mei, meer dan een maand later. Bij navraag bleek dat dit nodig was vanwege een herrekening. Twee vragen naar aanleiding daarvan: wat was de aanleiding voor deze herrekening en op welke renteperiode heeft die nabetaling betrekking?