Betoog bij behandeling Voorjaarsnota 2015 in de raadsvergadering van 30 juni 2015

Voor het eerst sinds jaren geen nieuwe bezuinigingen in de VJN, een verademing als je dat vergelijkt met de voorjaarsnota’s die we in de afgelopen jaren hebben behandeld. Een voorzichtig herstel van economie en ook van de gemeentelijke financiën, zo kunnen we de Voorjaarsnota 2015 wel karakteriseren. De jaarschijf 2016 vertoont weliswaar nog een tekort van ruim 6 ton, maar dat wordt meer dan gecompenseerd door de voorziene overschotten in de jaren daarna. Daarmee is aan een belangrijk uitgangspunt van een evenwichtige meerjarenbegroting wat ons betreft meer dan voldaan, al zouden wij liever zien dat het tekort in 2016 aanzienlijk lager uitgevallen zou zijn. Waarover zo dadelijk meer.

Aanzienlijke overschotten in de jaren 2017 tot en met 2019 en dat maakt het al meteen zeer verleidelijk om nieuwe plannen en nieuwe uitgaven te verzinnen. Maar voorzichtigheid is geboden. Immers er liggen aanzienlijke risico’s op de loer. Allereerst de grondpositie, de grondverkopen trekken wel wat aan, de grondexploitaties zijn opnieuw geactualiseerd maar het economisch herstel blijft broos en kan ook weer omslaan. De transities brengen de nodige financiële risico’s met zich mee. De begrote tekorten van Baanbrekers zijn zoveel mogelijk ingerekend, maar de meerjarenbegroting van deze organisatie is zeer ambitieus. Op zich niet onterecht maar we moeten er wel rekening mee houden dat de harde feiten straks een iets ander resultaat laten zien. Ook de financiële resultaten t.a.v. zorg en dan met name de jeugdzorg zijn vooralsnog ongewis. Ook daar kunnen nog grote tegenvallers ontstaan. Het memo over de meicirculaire dat we gisteren nog ontvingen maakt duidelijk dat het risico op grote tegenvallers alleen maar groter wordt. Ook de renteontwikkeling kan tot problemen gaan leiden. De laatste maanden zien we weer een lichte tendens tot stijging van de rente. Nog niet iets waar we erg grote zorgen over moeten hebben, maar de begroting van deze gemeente wordt wel voor een substantieel deel bepaald door het renteresultaat. Ik kom er zo dadelijk op terug. Dan is er nog nieuwe regelgeving die er aan zit te komen; eerder bij de behandeling van de jaarrekening kwam al de vennootschapsbelasting ter sprake. Ook die maatregel kan aanzienlijke financiële gevolgen hebben. Maar de belangrijkste reden om terughoudend te zijn met grote nieuwe uitgaven is wat ons betreft toch de reservepositie van de gemeente. De ontwikkeling van de Algemene Reserve vertoont een niet ongunstig beeld, maar we moeten wel bedenken dat dat beeld voor een belangrijk deel te danken is aan erg grote bedragen die uit de verkoop van gemeentelijke eigendommen beschikbaar moeten komen. En we hebben in 2014 gezien dat een taakstelling op dat gebied lang niet altijd gerealiseerd wordt en zich ook niet zo makkelijk laat sturen.

De regionale samenwerking wordt bijna met de dag belangrijker. Natuurlijk op het gebied van de transities, met name participatie en jeugdzorg. Maar er is meer. We noemen twee ontwikkelingen, die naar onze mening grote invloed kunnen hebben op welvaart en welzijn van de inwoners van onze gemeente. Dat is op de eerste plaats de samenwerking met Agrifood Capital. Naar ons idee wordt die samenwerking toch nog onderschat en is er zeker onder onze inwoners nog te weinig over de inhoud en de betekenis van die samenwerking bekend. En toch kan die ontwikkeling een grote rol gaan spelen voor de agrarische sector, die toch ook in onze gemeente erg belangrijk is. Om meer draagvlak te creëren vinden wij het belangrijk dat er vanuit de gemeente van tijd tot tijd meer informatie verstrekt wordt zodat deze samenwerking ook bij het brede publiek wat meer bekendheid krijgt. Dat geldt ook voor de samenwerking met Hart van Brabant en dan vooral als het gaat om Leisure. Midden-Brabant heeft torenhoge ambities op dit gebied, ik noem zo maar enkele streefcijfers voor 2025 uit een brochure van Hart van Brabant:

–          Het aantal dagrecreanten moet stijgen van 10 mln. naar 20 mln.

–          De leisure-omzet moet stijgen van 900 mln. naar 1,5 mld

–          Verdubbeling van de werkgelegenheid tot 25.000 fte’s

–          Nieuwe investeringen in de regio van ca. 850 mln tot 1 mld.

Ontwikkelingen waar we als gemeente Heusden volop aan moeten meedoen. Deze kansen kunnen we niet laten liggen.

Terug naar de VJN. Twee elementen springen er uit. Op de eerste plaats het rentebeleid: de verlaging van de rekenrente naar van 3 naar 2,5%. Zoals eerder al gesteld, het renteresultaat vormt een substantieel onderdeel van onze begroting. Maar we mogen onszelf ook niet al te afhankelijk maken van dat renteresultaat. Ofwel we moeten de begroting meer rentebestendig maken. In dat licht bezien is de verlaging van de rekenrente een verstandige maatregel, ook al kost dat 4 ton in de exploitatie. Bovendien is die maatregel ook gunstig voor de grondexploitatie; immers de boekwaardes lopen minder snel op. En dat is ook weer gunstig voor de grootte van de Algemene Reserve. Kortom een goede maatregel, waarbij de consistentie van beleid niet in gevaar komt. Immers de rentemaatregel geldt voor alle bouwgrondexploitaties.

Tweede element in de VJN dat er uit springt is de verlaging van de taakstellende bezuiniging op het personeelsbudget van 4 ton. Het college stelt voor om 4 ton minder te bezuinigen op personeel dan eerder voorzien. Enerzijds kunnen wij begrip opbrengen voor de motivatie en voor de argumenten die het college daarvoor aandraagt. De transities hebben gezorgd voor aanzienlijk meer budget en voor aanzienlijk meer werkzaamheden bij de gemeente; dat zal iedereen kunnen begrijpen. Maar anderzijds wordt naar buiten toch het beeld geschapen van een gemeente die goed voor zichzelf zorgt. Er komt na jaren van bezuiniging wat meer financiële ruimte en het eerste wat de gemeente doet is een bezuinigingstaakstelling op het eigen personeel schrappen. Dat is maar moeilijk uit te leggen aan inwoners die nog steeds geconfronteerd worden met bezuinigingen op de zorg, aan verenigingen en instellingen die een deel van hun subsidie en soms zelfs het gehele subsidiebedrag moet inleveren. Daar komt nog bij dat de jaarschijf 2016 nog altijd een tekort vertoont van ruim 6,5 ton. Als raadsleden kunnen wij heel moeilijk beoordelen of die 6 fte’s die u in de VJN noemt werkelijk nodig zijn. En zo ja of die extra personele capaciteit ook echt structureel noodzakelijk is of wellicht tijdelijk als een soort overgangssituatie. Wij willen het college dringend verzoeken om naar de begroting toe nog eens zeer kritisch naar deze maatregel te kijken, ook in het licht van het bredere personeelsbeleid in de komende jaren, waarbij we bijvoorbeeld denken aan uitstroom via pensionering maar ook aan het op creatieve wijze invullen van vacatures. Natuurlijk is er in de afgelopen jaren al veel bezuinigd op personeel, maar het zou ons een lief ding waard zijn als we dat bedrag van 4 ton gefaseerd zou kunnen doorvoeren, bijvoorbeeld 2 ton volgend jaar en twee ton extra in 2017. En bovendien goed bekijken of dat ook structureel noodzakelijk is of dat met een tijdelijke invulling volstaan kan worden.

Tot zover in eerste termijn.