Wel of geen vertrouwen?

Het interpellatiedebat dat Heusden Transparant (HT) afgelopen dinsdag op de raadsagenda plaatste is uiteindelijk geëindigd met een motie van wantrouwen. Die motie werd door HT ingediend en vervolgens ook alleen maar door die partij gesteund. Eén van de onderwerpen bij de discussie was of de taakstelling verkoop gemeentelijke eigendommen nou wel of niet behaald was. HT stelde dat met de kavelruilprojecten grond verkocht was voor ruim 13 miljoen en dat de taakstelling van 10 miljoen die de gemeenteraad zichzelf enkele jaren geleden heeft opgelegd, daarmee ook ruimschoots is behaald. Conclusie HT: er hoeven nu geen gemeentelijke eigendommen meer verkocht te worden.

De gemeente heeft in de afgelopen jaren aan meerdere kavelruilprojecten meegedaan. Daarbij werden honderden hectares grond ingebracht en ook weer verkregen. Dat ruilen van gronden gebeurt op basis van getaxeerde waarden, waarbij dan ook nog bedacht moet worden dat de boekwaarde van die gronden die al vele tientallen jaren eigendom zijn van de gemeente vaak ontzettend laag is. Dat betekent dat de gemeente op de ingebrachte gronden veel winst lijkt te maken, maar men krijgt daar dus dure grond voor terug, die men ook voor die hogere waarde weer op de balans moet zetten. Dat is nou eenmaal zo geregeld in wet en regelgeving en daar kan men dus niet onderuit. De financiële afwikkeling in de gemeentelijke administratie is een moeilijke materie, maar misschien kan ik met een sterk vereenvoudigd voorbeeld de situatie toch een beetje duidelijk proberen te maken.

Stel de gemeente brengt een perceel van 1 hectare met een boekwaarde van 25.000 euro in; dat perceel wordt getaxeerd op 60.000. De gemeente krijgt daarvoor terug een perceel van 1 hectare met een getaxeerde waarde van 55.000 en de gemeente krijgt dus per saldo 5.000 euro uitbetaald. De winst op het ingebrachte perceel is 35.000 euro en moet volgens de voorschriften aan de Algemene Reserve worden toegevoegd; het verkregen perceel moet op de balans worden geplaatst voor de verwervingsprijs van 55.000 euro. Tot zover alles duidelijk, geen verschil van mening, iedereen akkoord.

Probleem zit bij die taakstelling verkoop gemeentelijke eigendommen die de raad zichzelf enkele jaren geleden heeft opgelegd met als doel de Algemene Reserve weer op een aanvaardbaar peil van minimaal 10 miljoen te brengen. HT stelde in de raadsvergadering afgelopen dinsdag dat de verkoopopbrengst, verminderd met de boekwaarde (in het voorbeeld dus 60.000 – 25.000 = 35.000) als bijdrage aan die taakstelling gezien moet worden. Terwijl de gemeente in het voorbeeld maar een bedrag van 5.000 euro contant ontvangt.

De gemeente hanteerde tot voor kort de regel dat voor die berekening uitgegaan moet worden van de verkoopopbrengst verminderd met de boekwaarde en verminderd met aankoopprijs van de verkregen grond (in het voorbeeld zou dat dus 35000 – 55.000 = 20.000 negatief worden). Deze methode geniet eerlijk gezegd ook mijn voorkeur; immers de boekwinst op de ingebrachte grond mag dan wel 35.000 euro zijn, maar daar staat een investering in verkregen grond van 55.000 euro tegenover en die kun je zien als een negatieve bijdrage aan de taakstelling verkoop gemeentelijke eigendommen.

Maar nu doet zich de ongelukkige situatie voor dat de gemeente in 2013 voor de eerste keer die eerste methode ging gebruiken. Niet geheel consequent, maar op zich ook niet zo’n ramp. Want het doel van die taakstelling is uiteindelijk niet om voor een bepaald bedrag aan grond en of andere gemeentelijke eigendommen te verkopen. Het doel is juist om die Algemene Reserve weer op een aanvaardbaar peil te brengen. En als we daarvoor meer grond of andere eigendommen moeten verkopen, dan is dat zo. Voor de komende jaren is deze discussie overigens ook niet meer zo relevant omdat er geen kavelruilprojecten meer aan zitten te komen.

Terug naar afgelopen dinsdag: de discussie eindigde zoals gezegd met een motie van wantrouwen jegens het gehele college. Die motie werd alleen maar gesteund door de drie leden van HT. Die partij had eerder al een andere motie ingediend die tot doel had om een onafhankelijk onderzoek naar de pachtzaken te laten uitvoeren. Die motie, zo bleek al snel uit de discussie, dreigde geen meerderheid te gaan halen en toen kwam HT dus met die motie van wantrouwen als stok achter de deur. Men stelde dat men die motie zou gaan indienen als de eerste motie niet aangenomen zou worden. Los van het feit dat je voor dat soort dreigementen natuurlijk nooit moet zwichten, het blijft natuurlijk wel uiterst merkwaardig dat die motie van wantrouwen afhankelijk werd gesteld van die eerste motie. Want als die eerste motie wel was aangenomen, dan was er bij HT kennelijk geen sprake meer van wantrouwen jegens het college. En dat is gek, want of je hebt wel vertrouwen in die zes mensen of je hebt het niet. Daar kan het wel of niet aannemen van een motie door de gemeenteraad toch niets aan veranderen!

 

Drunen, vrijdag 3 april 2015

Kees Musters

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters