Opmerkelijk herstel

Eind 2015/begin 2016 was er veel publiciteit rondom de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant en bepaald niet positief. De financiële resultaten waren allerbelabberdst en voor 2016 werd zelfs een tekort van 3,4 miljoen verwacht. Veel kritiek vanuit diverse gemeenteraden; de voorzitter, de toenmalige burgemeester van Wijk en Aalburg Naterop trad af en via moties van wantrouwen in enkele gemeenteraden werd zelfs aangedrongen op het aftreden van het voltallige dagelijkse bestuur. Spoedberaad alom, er werd zelfs gespeculeerd over het opheffen van de dienst maar zover is het niet gekomen. Wel werden er nieuwe afspraken gemaakt om het tij te keren. We zijn nu al weer 1½ jaar verder en uit de nu voorliggende jaarstukken en begrotingen blijkt dat dat inderdaad gelukt is. De Omgevingsdienst draait als een tierelier en de financiële problemen heeft men achter zich gelaten.

Uit de jaarrekening 2016 blijkt dat men in dat jaar een positief resultaat behaald heeft van meer dan 4 miljoen euro, een hele omslag als je dat vergelijkt met het eerder genoemde verwachte tekort. Oorzaken: een omzet die 1,3 miljoen hoger uitvalt dan verwacht en kosten (voornamelijk salariskosten en kosten inhuur) die ruim 1 miljoen lager uitvallen dan begroot. Verder waren er kosten begroot voor het zgn. Huis op Orde-plan, maar die kosten zijn nog niet allemaal gerealiseerd. Voor die kosten (het gaat daarbij om 1,6 miljoen) wordt voorgesteld om dat budget in 2017 weer gedeeltelijk beschikbaar te stellen.

De omzet is een stuk hoger dan verwacht en dat komt doordat het aantal declarabele uren veel hoger uitvalt dan verwacht. In 2016 heeft men 323.500 uren in rekening kunnen brengen bij gemeenten en provincie; in de begroting werd nog rekening gehouden met 272.000 uren. Het aantal productieve uren is dus veel hoger gebleken dan verwacht. Daar komt nog bij dat men het tarief per uur in 2016 niet alleen kostendekkend gemaakt heeft, maar ook nog eens opgehoogd met 2 euro extra om de Algemene Reserve weer een beetje op peil te brengen. Die reserve was door de verliezen in voorgaande jaren tot onder het nulpunt gezakt. De dienst kon dus ruim 50.000 uren extra in rekening brengen, tel uit je winst. Die opslag van 2 euro blijkt achteraf dan ook niet noodzakelijk te zijn geweest en daarom wordt nu voorgesteld om dat bedrag weer aan gemeenten en provincie terug te betalen. Het gaat dan om een bedrag van ruim 6 ton. Ook voor 2017 en voor 2018 wordt voorgesteld om die 2 euro extra te laten vervallen.

Overigens blijft de formatie wel een knelpunt. De vaste formatie is afgestemd op die 272.000 uren; de rest wordt ingevuld met externe inhuur. Maar dat laatste wordt steeds lastiger, het gaat vaak om heel specialistische kennis die men moet inhuren en door het aantrekken van de arbeidsmarkt wordt het ook steeds moeilijker om geschikte mensen te vinden. Een ander voorstel is dan ook om de vaste formatie aanzienlijk uit te breiden, zodat meer werk met vast personeel uitgevoerd kan worden.

Het gaat dus weer de goede kant op met de omgevingsdienst; het herstel is eigenlijk nog veel sneller gekomen dan iedereen verwacht had. Dat wil niet zeggen dat alle problemen hiermee van tafel zijn; er liggen nog enkele “oude hypotheken”, die om een oplossing vragen en waarvoor deels ook nog arbitragezaken lopen. De uitslag daarvan moet nog even worden afgewacht. Maar de bedrijfsvoering lijkt weer op orde en is meer dan kostendekkend. De (meerjaren-)begroting is weer sluitend, de dienst kan zichzelf weer bedruipen, de liquiditeit is weer op orde en ook met de reservepositie gaat het weer de goede kant op.

 

Kees Musters

Drunen, vrijdag 9 juni 2017

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters