Hoe verder met regionale samenwerking?

Vorige week schreef ik een stukje over regionale samenwerking in de regio Noordoost-Brabant. Bij de samenwerking in die regio heeft men als speerpunt gekozen voor Agrifood Capital. En natuurlijk is er ook de samenwerking op het gebied van het veiligheidsbeleid, want Heusden is van rijkswege ingedeeld in deze Veiligheidsregio. Maar Heusden werkt op vele gebieden samen met andere gemeenten, zowel in de regio Hart van Brabant (ofwel Midden-Brabant), als met de drie Langstraatgemeenten. De samenwerking met Loon op Zand en Waalwijk stond afgelopen maandag centraal bij een bijeenkomst met de drie gemeenteraden. Dit keer werd de bijeenkomst georganiseerd in Waalwijk, en wel in het splinternieuwe gebouw van het Dr. Mollercollege en de Walewycmavo aan de Olympiaweg. Het ging natuurlijk over de intergemeentelijke samenwerking maar de rondleiding in het nieuwe gebouw was indrukwekkend, een schitterend nieuw schoolgebouw dat van alle moderne middelen is voorzien, een aanwinst voor Waalwijk.

Hoofdzaak was zoals gezegd de samenwerking tussen de drie gemeenten. Directe aanleiding voor deze bijeenkomst is het project “Veerkrachtig Bestuur” van de provincie Noord-Brabant, waarbij gemeenten voor de vraag gesteld worden hoe het nu verder moet met het openbaar bestuur in onze provincie. De commissie Huijbregts heeft over dit onderwerp een rapport gepubliceerd en de provincie heeft de gemeenten nu gevraagd om met een gedragen uitwerking te komen over de bestuurlijke toekomst van de gemeente. Is er behoefte aan meer samenwerking en zo ja, in welke vorm; moeten er weer een grootschalige herindeling komen; hoe kunnen we onze burgers (blijven) betrekken bij het openbaar bestuur; kortom over dat soort vragen wordt gesproken. De gemeenten Heusden, Waalwijk en Loon op Zand hebben twee deskundigen ingehuurd en hen gevraagd om een zgn. open verkenning uit te voeren ten behoeve van de beantwoording van de vraag van de provincie. De heren P. Tops en S. Zourides, beide verbonden aan de Universiteit Tilburg, voeren deze verkenning uit en afgelopen maandag was professor Tops aanwezig om een toelichting op deze verkenning te geven. Hij deed dat op de van hem bekende enthousiaste en boeiende wijze; zijn inleiding bood op zich weliswaar niet veel nieuws, maar gaf nog eens een duidelijk overzicht van de problematiek.

Prof. Pieter Tops

Het gaat niet alleen over bestuurskracht en over veerkracht, zeker zo belangrijk is het aspect van een veerkrachtige democratie. En dan gaat het om de vraag hoe je inwoners, maar ook bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties effectief en efficiënt bij het openbaar bestuur kunt betrekken. In hoeverre voelen burgers zich nog vertegenwoordigd door de overheid en in welke mate sluit het overheidshandelen aan op de problemen die burgers ervaren? Dat is een van de vragen die de provincie concreet aan ons voorlegt. Maar ook bijvoorbeeld of het wel zinvol is dat buurgemeenten met elkaar concurreren op het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen. De oplossing voor dat soort problemen ligt niet bij voorbaat bij een grootschalige herindeling, al kun je dat niet op voorhand uitsluiten. Tegelijkertijd kunnen we ook niet volstaan met intensieve samenwerking bij de decentralisaties in het sociale domein die momenteel lopen. Soms moet je verder durven denken dan de bekende standaardoplossingen als bestuurlijke of ambtelijke fusie en gemeenschappelijke regelingen. De provincie kiest “voor een vernieuwend bestuurlijk en bestuurskundig traject en wil graag ruimte bieden om te experimenteren”. Die ruimte willen we ook in onze Langstraatgemeenten optimaal benutten en daarvoor zijn we op zoek naar nieuwe methoden van verdergaande samenwerking. Best een lastige opdracht, maar daarom niet onmogelijk.

Nieuwe vormen van samenwerking, waarbij Pieter Tops nog enkele bevindingen uit onderzoeken van de afgelopen jaren aan de aanwezigen meegaf. Zoals het gegeven dat er geen optimale schaal voor een gemeente is aan te geven. De inmiddels bekende “norm van 100.000 inwoners” van minister Plasterk ligt al langere tijd in de prullenbak; eigenlijk zou je kunnen zeggen dat elke overheidstaak zijn eigen optimale schaal heeft. En dat betekent dan weer dat je ook verschillende schaalgroottes van samenwerking nodig hebt, iets wat perfect past in de Heusdense situatie. Een andere conclusie is dat schaalvergroting op zich niet leidt tot een verhoging van de efficiency; althans, er is geen enkele studie die dat aantoont. En tot slot, de vrees dat schaalvergroting tot aantasting van de identiteit van lokale gemeenschappen zal leiden, die vrees blijkt in de praktijk volledig ongegrond. Het tegendeel blijkt eerder het geval, zo zei Tops. En ook dat lijkt voor de gemeente Heusden zeker van toepassing.

Drunen, vrijdag 10 oktober 2014

Kees Musters

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters