Regionaal bureau voor toerisme komt er aan!

Al enkele jaren wordt er in de Langstraatgemeenten gesproken over meer samenwerking ten aanzien van het toeristisch beleid. Doelstelling is daarbij uiteraard om meer toeristen naar de Langstraat te trekken en om vooral het meerdaagse verblijf in onze regio te bevorderen. Onze regio kent meer dan voldoende mogelijkheden voor de recreant; probleem is alleen hoe geef je daar voldoende bekendheid aan. Gedurende het proces om te komen tot een meer regionaal beleid heeft de gemeente Dongen ook aangehaakt zodat de samenwerking zich nu uitstrekt tot vier gemeenten: Heusden, Waalwijk, Loon op Zand en dus nu ook Dongen. Enkele weken terug verscheen het eerste resultaat van deze samenwerking: een splinternieuwe gids met alle toeristische informatie over deze vier gemeenten, zoals beschikbare accommodaties, natuurgebieden, fiets- en wandelroutes, evenementen, kortom alles wat voor de toerist een verblijf in onze omgeving aantrekkelijk kan maken. De gids is nu nog het resultaat van samenwerking tussen de vier toeristische organisaties in de vier gemeenten, maar het is nadrukkelijk de bedoeling dat er één nieuwe organisatie gaat komen: een Regionaal Bureau voor Toerisme De Langstraat (RBT). De voorbereidingen daarvoor worden dit jaar uitgevoerd; de nieuwe organisatie zou dan per 1 januari 2019 van start moeten gaan. Een kwartiermaker moet de nieuwe organisatie vorm gaan geven.

De oprichting en (later) exploitatie van een nieuwe organisatie kosten natuurlijk geld. De opstartkosten zijn begroot op ruim 115 duizend euro. De exploitatiekosten per jaar zijn voorlopig geraamd op een bedrag van 350 duizend voor 2019, waarbij men ervan uitgaat dat de organisatie in dat eerste jaar 5% van de kosten zelf kan betalen uit eigen inkomsten. Dat percentage zal in de jaren daarna verhoogd worden zodat de bijdrage van de vier gemeenten in volgende jaren telkens 20 duizend euro per jaar daalt. Natuurlijk is er lang onderhandeld over de verdeling van deze kosten over de vier gemeenten, die niet allemaal dezelfde belangen bij een toeristisch beleid hebben. Loon op Zand en Heusden profileren zich veel sterker als een toeristische gemeente dan Waalwijk en Dongen zit daar een beetje tussen in. Uiteindelijk is men gekomen tot een verdeelsleutel die gebaseerd is op meerdere indicatoren, zoals het aantal inwoners, het aantal accommodaties, aantal kampeerplaatsen, aantal toeristische ondernemers, aantal evenementen, aantal culturele organisaties en het aantal gebieden met bovenlokale aantrekkingskracht. Daarnaast wordt dan ook nog rekening gehouden met de toeristische ambitie tot groei en de gemeentelijke budgetten voor toerisme in elke gemeente. Alles bij elkaar gewikt en gewogen levert dat een verdeelsleutel op waarbij de gemeente Heusden de grootste bijdrage moet leveren, nl. 35% van de kosten. Loon op Zand betaalt bijna net zoveel (34%); de bijdragen van Waalwijk en Dongen zijn aanzienlijk lager (resp. 20% en 11%). De bijdrage van de gemeente Heusden komt in 2019 daarmee uit op ruim 125 duizend euro.
Naast het basispakket kan elke gemeente naar eigen behoefte nog een pluspakket afnemen. Daaronder vallen bijvoorbeeld een bemand informatiepunt in de eigen gemeente of deelname aan een lokaal platform. De gemeente Heusden wil daar in ieder geval gebruik van maken; het informatiepunt in de vesting Heusden blijft in principe gehandhaafd en ook de deelname aan enkele overlegorganen wil men graag handhaven (Platform Recreatie en Toerisme en Vestiviteitenoverleg). De kosten van dat pluspakket worden geraamd op 41,5 duizend euro, zodat de totale kosten voor het RBT dan uitkomen op 167 duizend euro. Dat is net iets meer dan momenteel wordt uitgegeven aan het Heusdens Bureau voor Toerisme, maar de bijdrage aan het RBT zal naar verwachting elk jaar iets dalen en binnen enkele jaren verwacht men zodoende weer binnen het beschikbare budget uit te komen. Recreatie en Toerisme (vooral de verblijfsrecreatie) is een speerpunt in de nota Sociaal Economisch Plan. De incidentele kosten in 2018 worden dan ook gedekt uit de gelden die voor dat doel in de begroting al zijn opgenomen. In 2019 en 2020 zijn er nog beperkte extra middelen nodig, maar daarna kunnen de kosten dus opgevangen worden binnen de al beschikbare budgetten. Wat mij betreft een prima investering in de economische ontwikkeling van de Langstraat en vooral ook van Heusden.
Kees Musters

Drunen, vrijdag 18 mei 2018

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters