Heusden kiest voor kleinschalige opvang

Mijn laatste column dit jaar kan eigenlijk alleen maar gaan over de vluchtelingenproblematiek; tenslotte het grootste probleem waar Europa en dus ook Nederland in 2015 mee te maken heeft gehad en dat nog altijd voortduurt. Dit jaar kwamen tienduizenden vluchtelingen naar Nederland en daar kun je ook als lokale overheid de ogen niet voor sluiten. Iedereen is voor opvang van vluchtelingen in de regio, bijvoorbeeld in Turkije of in een van de andere buurlanden, maar de realiteit is dat er hier mensen aan komen die geholpen moeten worden. Ook de gemeente Heusden kan zich niet aan die verantwoordelijkheid onttrekken; het college komt dan ook volgende week in de raadsvergadering met een voorstel; dat voorstel kan, zoals het er nu naar uitziet, rekenen op brede steun vanuit de raad.

Het COA (Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers) is onder andere op zoek naar locaties voor grootschalige noodopvang van vluchtelingen, de zgn. AZC (Azielzoekerscentrum). Vraag is of de gemeente Heusden hier iets kan betekenen; het college is zelfs op bezoek geweest in Winterswijk waar een AZC gevestigd is. Uiteindelijk komt het college tot de conclusie dat hier in Heusden geen ruimte of accommodatie te vinden is waar een AZC gevestigd zou kunnen worden.

Voor de opvang van vluchtelingen wil men kiezen voor een tweesporenbeleid: enerzijds een structurele aanpak door een snelle realisatie van de huisvesting van vergunninghouders, anderzijds zoeken naar mogelijkheden voor het bieden van kleinschalige noodopvang voor vluchtelingen.

Vergunninghouders zijn de mensen die vaak na een maandenlang verblijf in een AZC een verblijfsvergunning krijgen en zich hier dus permanent mogen vestigen, de zgn. statushouders. Deze mensen moeten gehuisvest worden in reguliere woningen, meestal zijn dat huurwoningen van de woningcorporaties. Elke gemeente in Nederland krijgt van het COA een zgn. taakstelling, d.w.z. elke gemeente moet een bepaald aantal statushouders huisvesten. Voor Heusden is dat aantal voor 2015 vastgesteld op 74. Dat aantal is inmiddels ook al daadwerkelijk gerealiseerd en Heusden loopt dan ook al voor op de taakstelling. Voor de eerste helft van 2016 is de taakstelling ook al bekend (97); de verwachting is dat de taakstelling voor de tweede helft van 2016 aanzienlijk hoger zal liggen. Heusden wil hier een extra verantwoordelijkheid nemen en dus verder gaan dan die taakstelling. Dan zullen er wel huizen beschikbaar moeten komen en in overleg met Woonveste wordt naar de mogelijkheden gekeken. Uitgangspunt is in ieder geval dat dit niet ten koste mag gaan van de mensen die nu al op de wachtlijst voor een sociale huurwoning staan. Daarnaast is het noodzakelijk om te zorgen voor flankerend beleid, denk daarbij aan maatschappelijke begeleiding, de inburgering, begeleiding naar werk en onderwijs. Over die zaken wordt intensief overleg gepleegd met Stichting Vluchtelingenwerk, Baanbrekers en met het onderwijs. Door meer statushouders van een woning te voorzien kunnen de overvolle AZC’s iets worden ontlast en op die manier hoopt Heusden een structurele bijdrage te leveren aan de oplossing van de vluchtelingenproblematiek.

Wat de noodopvang betreft: Heusden heeft in de afgelopen maanden al ervaring opgedaan met de crisisopvang van ruim 100 jongeren op de abdij Mariënkroon. De les die daar vooral geleerd is dat tijdelijke crisisopvang van maximaal drie dagen geen goede oplossing is. Uiteindelijk zijn de jongeren hier dan ook langer gebleven. Heusden is ook geen voorstander van een grootschalige noodvoorziening. Zoals al gezegd: voor een grootschalig AZC zien we in Heusden überhaupt al geen mogelijkheden, maar het wordt ook niet wenselijk geacht. Bij de diverse kernen in onze gemeente past een meer kleinschalige aanpak. Daarbij moet gedacht worden aan een noodvoorziening voor bijvoorbeeld 100 personen. De kans op maatschappelijk draagvlak wordt dan ook een stuk groter, zo wordt verwacht. Het college stelt voor om onder die voorwaarde op zoek te gaan naar geschikte locaties in onze gemeente. De vraag is of dat lukt; immers het COA is nadrukkelijk voorstander van grootschalige voorzieningen. Die zijn qua beheer en exploitatie veel goedkoper. Maar het feit dat de kosten wat hoger uitvallen mag wat mij betreft geen reden zijn om dan niet te kiezen voor een betere oplossing met kleinschalige opvang.

 

Kees Musters

Drunen, vrijdag 18 december 2015

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters