Voorjaarsnota: voorzichtig herstel gemeentelijke financiën

De afgelopen twee weken heb ik aandacht besteed aan ontwikkelingen in het financiële beleid van 2014 en 2015. Belangrijk, maar nog belangrijker is natuurlijk de vraag hoe het in de komende jaren zal gaan. Wat zijn de vooruitzichten voor de komende jaren. Antwoord op die vraag vinden we in de Voorjaarsnota die eind juni in de gemeenteraad zal worden vastgesteld. Die Voorjaarsnota geeft een beeld van voorzichtig herstel van de economie, waarbij voor de gemeente Heusden van belang is hoe het zal gaan met de verkoop van bouwgrond voor zowel woningen als bedrijven. Want met name de grote grondpositie van de gemeente Heusden zorgt voor de nodige risico’s.

Een voorzichtig herstel van de economie, zo wordt allerwegen verwacht en de aantrekkende grondverkopen getuigen daarvan. Niet dat het meteen storm loopt, maar het begin is er zonder enige twijfel. En dat is gunstig voor de gemeentelijke financiën. Voor het eerst sinds jaren worden we niet geconfronteerd met nieuwe bezuinigingen. Waarbij wel bedacht moet worden dat de gevolgen van vorige bezuinigingsmaatregelen nog niet allemaal verwerkt zijn.

In de Bestuursrapportage hebben we gezien dat het renteresultaat zorgt voor een positief meerjarenbeeld van vele tonnen. De rente op leningen van de gemeente is tot onder de 1% gedaald, terwijl de rekenrente die de gemeente hanteert op 3% staat. Vorig jaar is die zgn. rekenrente nog verlaagd van 4 naar 3%. Dat positieve renteresultaat is uiteraard een bijzonder gunstige meevaller, vooral omdat die veroorzaakt wordt door de uitzonderlijke lage rente die de gemeente op haar schulden moet betalen. Maar de begroting wordt daarmee wel erg afhankelijk van die rente en dat kan op langere termijn opbreken. Immers als de grondverkoop weer toeneemt en er ruimte ontstaat om leningen weer af te lossen, dan zal dat renteresultaat ook verdwijnen. En dat betekent op dat moment een groot gat in de begroting. Daar komt nog bij dat die relatief hoge rekenrente leidt tot een hogere rentebijschrijving op de boekwaarde van de gronden en ook dat is niet bij alle grondcomplexen een wenselijke ontwikkeling. Reden waarom het college voorstelt om die rekenrente opnieuw te verlagen, nu naar 2,5%. Van 3% naar 2,5%, dat stelt niet zoveel voor, zo zullen veel mensen denken. Maar toch levert dat voor de gemeentelijke begroting een jaarlijks nadeel op van 4 ton. De provincie heeft in haar rol als financieel toezichthouder in de afgelopen jaren herhaaldelijk aangedrongen op een consistent, maar ook terughoudend rentebeleid. Als je nu voor het tweede jaar de rente verlaagt, is er dan nog sprake van een consistent beleid? Vorig jaar wilde Heusden de rentebijschrijving op de Poort van Heusden en ’t Hoog II stopzetten, maar dat kon de goedkeuring van de provincie niet wegdragen. Kennelijk bedoelt men dus met consistentie dat je op alle grondcomplexen met eenzelfde percentage moet werken en dat je dus niet willekeurig bepaalde complexen daarvan mag uitsluiten. In die zin blijft er dus wel degelijk sprake van een consistent beleid. Verlaging van de rekenrente mag dan een behoorlijk nadeel in de gemeentelijke begroting tot gevolg hebben, er is ook een voordelige kant van de medaille en dat is de invloed op de Algemene Reserve. Die Algemene Reserve zit op een niveau van rond de 5 miljoen en dat zou eigenlijk 10 miljoen moeten zijn. Door de verlaging van de rekenrente loopt de boekwaarde van grondcomplexen minder snel op en kunnen de verliesvoorzieningen voor die gronden dus verlaagd worden. En dat is weer gunstig voor de Algemene Reserve. Voor de lange termijn dus al met al een goede maatregel.

Een ander opvallend voorstel in de Voorjaarsnota is dat er voor het eerst geld beschikbaar is gemaakt voor de GOL-maatregelen in de tweede fase. Voor de eerste fase van de Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat was al geld beschikbaar, maar voor de tweede fase was nog geen geld in de begroting opgenomen. Nu is er in de jaarschijf 250.000 euro beschikbaar voor kapitaallasten, hierdoor ontstaat een investeringsruimte van ongeveer 4,5 miljoen. Daarmee kunnen bijvoorbeeld de GOL-maatregelen bij Nieuwkuijk gefinancierd worden.

Ook opvallend is dat in de Voorjaarsnota voor het eerst sinds jaren weer extra geld voor personeel is opgenomen. Het gaat hierbij om een bedrag van 4 ton per jaar. Op het personeel is de afgelopen jaren stevig bezuinigd en die bezuinigingen lopen nog steeds door. Eigenlijk is er dus sprake van een bijstelling van de bezuinigingen in die zin dat er minder bezuinigd wordt dan eerst voorzien. Het college stelt in de Voorjaarsnota dat er op bepaalde plekken in de organisatie echt problemen ontstaan als gevolg van een gebrek aan personele capaciteit. De vraag is natuurlijk of de gemeenteraad hiermee akkoord gaat, maar dat zal eind juni pas blijken.

In de Voorjaarsnota zijn nog diverse andere maatregelen opgenomen die uiteindelijk tot een einduitkomst leiden die redelijk gunstig genoemd mag worden. Voor 2016 wordt weliswaar nog een aanzienlijk tekort verwacht (642 duizend euro), maar in de jaren daarna aanzienlijke overschotten die zelfs oplopen tot ruim 1 miljoen in 2019. Dat is nog ver weg, maar niettemin toch een verademing als je het vergelijkt met de moeizame jaren die we achter ons hebben liggen.

Drunen, vrijdag 19 juni 2015

Kees Musters

p.s. 24-6: In bovenstaand artikel staat vermeld dat er geld beschikbaar gesteld zou zijn voor de 2e fase van het GOL-project. Dat berust echter op een misverstand mijnerzijds. Er is in de Voorjaarsnota wel 250 duizend euro beschikbaar gesteld met een investeringsruimte van 4,5 miljoen, maar dat geld is nodig voor maatregelen uit de eerste fase van het GOL (voornamelijk Vlijmen-oost en Drunen-west) waarvoor eerder nog geen gelden beschikbaar waren gesteld.

Kees Musters

 

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters