Op goede gronden

Meestal stelt de raad eerst een beleidsnota vast en is het college vervolgens belast met de uitvoering daarvan. Met het grondbeleid lijkt het dit keer andersom te gaan. Er ligt een Kadernota Grondbeleid uit 2010, maar gaandeweg en vooral gedwongen door de economische crisis van de afgelopen jaren is men met de uitvoering van het grondbeleid toch een andere kant opgegaan. Uiteraard wel met instemming van de gemeenteraad; anders zou het college wel ter verantwoording geroepen zijn. Het college komt nu met een nieuwe grondnota, waarbij de beschrijving van het te voeren beleid wordt aangepast aan de inmiddels gegroeide praktijk. Je kunt het ook anders zeggen: de praktijk heeft de oude beleidsnota al ruim ingehaald en gepasseerd.

De Rekenkamercommissie kwam in 2014 ook al tot die conclusie: de grondnota is verouderd en past niet meer bij de dagelijkse praktijk. Naar aanleiding daarvan heb ik namens Gemeentebelangen toen ook nog een motie ingediend met de opdracht aan het college om te komen met een nieuwe geactualiseerde nota. Die motie werd destijds unaniem door de gemeenteraad aangenomen. En nu is het dan ook zover: de nieuwe nota “Op goede gronden” staat volgende week op de agenda van de clustervergadering Bestuur en Beheer.

De oude nota ging nog uit van een actief gemeentelijk grondbeleid waarbij verwerving van de grond door de gemeente een belangrijk item was. Belangrijk argument daarbij was dat de gemeente haar regierol dan beter zou kunnen waarmaken. Met o.a. die gedachte heeft de gemeente in die jaren veel grond aangekocht met als absoluut hoogtepunt omgetwijfeld de aankoop destijds van het voormalige Land van Ooit, tegenwoordig de Poort van Heusden genoemd (al speelden bij die aankoop wel meer factoren een rol). Inmiddels had de gemeente een grondpositie van meer dan 100 miljoen opgebouwd, maar toen kwam eind 2008 de economische crisis. De veel besproken regierol kwam in een geheel ander daglicht te staan. Grondverkopen zowel bedrijfsgronden als gronden voor woningbouw stagneerden, de woningmarkt stortte in, de gemeente bleef met de gronden zitten en kon ze aan de straatstenen niet kwijt. De stagnerende economie leidde tot waardevermindering van de gronden en de gemeente werd gedwongen om grote verliesvoorzieningen te vormen. In enkele jaren tijd werd er meer dan 20 miljoen in verliesvoorzieningen gestopt en dat ging uiteraard ten koste van de reserves van de gemeente.

Het grondbeleid werd aangepast. Geen actieve verwerving meer als dat niet beslist nodig was. Voor de realisatie van het Centrumplan Vlijmen moesten bijvoorbeeld toch weer enkele panden aangekocht worden, maar daar bleef het verder bij. Bestemmingsplannen worden flexibel ingericht zodat je als gemeente gemakkelijker kunt inspelen op de wensen van mogelijke afnemers. Grondprijzen worden flexibeler met marges van 15%, zowel naar beneden als naar boven. De mogelijkheid van startersleningen en erfpachtconstructies werd ingevoerd. Op allerlei manieren probeert de gemeente het potentiële kopers gemakkelijk te maken. Faciliterend grondbeleid noemt men dat en dat staat nu dus ook in de nieuwe grondnota beschreven. Kortom, het beleid sluit weer aan bij de inmiddels gegroeide praktijk en daarom is de nota “op goede gronden” geschreven.

 

Kees Musters

Drunen, vrijdag 22 januari 2016

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters