Verder met Agrifood?

Afgelopen dinsdag werd in de informatievergadering Bestuur en Beheer uitvoerig gediscussieerd over de regionale samenwerking met de regio Brabant-noordoost ofwel de samenwerking met Agrifood. Het bestaande convenant loopt af en het voorstel van het college is om de samenwerking voort te zetten op basis van een nieuw te sluiten convenant. Maar commissieleden waren over het algemeen terughoudend; er werden nog al wat vragen gesteld over nut en noodzaak van dit samenwerkingsverband. De gemeente Heusden betaalt elk jaar een bijdrage van drie euro per inwoner aan de regio, maar wat krijgen we daarvoor terug.

Enkele jaren terug werd de focus in de regio noordoost Brabant volledig gericht op de agrifoodsector. De regio had grote ambities en wilde zich ontwikkelen tot een “excellente agrifood regio met internationale allure, nationale aantrekkingskracht en lokale samenwerkingsvormen”. De gemeente Heusden is in het kader van de veiligheidsregio al ingedeeld in de regio Noordoost-Brabant en stond toen voor de vraag of men ook hier in mee wilde gaan. Gelet op het belang van de agrarische sector in onze gemeente heeft de gemeenteraad toen besloten om inderdaad deel te nemen in dit samenwerkingsverband. In oktober 2014 schreef ik op deze plaats ook al over deze ontwikkeling. Nu zitten we tegen het einde van de looptijd van het convenant en is de vraag of we die samenwerking moeten voortzetten. Heeft die samenwerking tot nu toe gebracht wat we er ook van verwachtten of mochten verwachten.

Die vraag is niet zo simpel te beantwoorden. De resultaten van regionale samenwerking zijn niet altijd zo eenduidig meetbaar en vaak is er ook sprake van een langetermijneffect. Als je naar de stukken kijkt, dan worden er diverse resultaten gemeld (meestal aangeduid met mooie Engelse termen), maar je kunt wel degelijk vraagtekens zetten bij de betrokkenheid van onze gemeente daarbij. Er zijn wel enkele concrete resultaten te melden, maar dat aantal blijft toch zeer beperkt en het is maar de vraag of dat opweegt tegen de bijdrage die we als gemeente Heusden elk jaar weer moeten betalen (toch ruim 120.000 euro per jaar). De gemeente Heusden wil graag “dansen op verschillende schalen” maar dat moet dan natuurlijk ook wel iets opleveren. Ook de “governance” vertoont weinig ontwikkeling. De samenwerking vindt plaats in de vorm van een netwerkorganisatie op basis van een convenant. Dat kun je nou niet bepaald de meest democratische vorm van samenwerking noemen. De betrokkenheid van college en gemeenteraad bij de regio Noordoost-Brabant lijkt ook niet zo groot; wat dat betreft scoort de regio Hart van Brabant veel beter. Op zich zou dat nog niets eens zo’n groot probleem hoeven te zijn, maar ook vanuit andere hoeken zoals bedrijfsleven en onderwijs lijkt de belangstelling minder groot en dan wordt de spoeling wel erg dun. Misschien zijn de verwachtingen te hoog gespannen en moeten we de samenwerking wat meer tijd gunnen. Dit soort samenwerking werpt zijn vruchten vaak pas op langere termijn af; investeren in de toekomst heet dat. Het gaat ook niet om gigantische bedragen; het totale budget voor 2016 bedraagt bijvoorbeeld ruim 2,4 miljoen en dat bestaat voor het overgrote deel uit de al genoemde bijdrage van drie euro per inwoner. Daarnaast is er nog een relatief kleine bijdrage vanuit waterschappen, REAP-subsidies van de provincie en streeknetwerkensubsidie, ook van de provincie. Die gelden worden voor de regio beheerd door de gemeente Den Bosch en als je kijkt naar de eindbalans van vorig jaar, dan valt op dat de regio nog een vordering op Den Bosch heeft van ruim 2,5 miljoen. Dat betekent dus dat een bedrag dat groter is dan het jaarbudget nog niet besteed is en dat zegt al iets. Ook een opmerking uit het jaarverslag dat men in 2015 veel tijd heeft moeten besteden aan het uitzoeken van allerlei betaalde en ontvangen voorschotten roept vraagtekens op. De jaarrekening is sowieso een moeilijk te doorgronden stuk, waar je als buitenstaander maar moeilijk door heen komt. Maar dat terzijde.

De vraag is dus nu hoe gaan we verder. Naar mijn idee heeft de samenwerking met Agrifood nog niet gebracht wat we ervan verwacht hadden. We moeten daar ook als gemeente zelf misschien meer aandacht aan gaan besteden en er meer uit zien te halen. Ook bij de governance (en met name de democratische legitimering van het regionale bestuur) zie ik te weinig ontwikkeling. De betrokkenheid van raadsleden is minimaal en ook de belangstelling vanuit bijvoorbeeld het bedrijfsleven kan een stuk beter. Ik heb in de afgelopen jaren enkele bijeenkomsten van Agrifood meegemaakt waarbij ook ondernemers aanwezig waren en die toonden zich toen erg enthousiast. Maar vervolgens hoor je er heel weinig tot helemaal niets meer van. Wat mij betreft dus nog een tweede kans voor Agrifood, maar dan moeten we er zelf ook iets van maken.

 

Kees Musters

Drunen, vrijdag 22 april 2016

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters