Rapport Bestuurlijke toekomst Heusden, Loon op Zand en Waalwijk (1)

De komende drie weken wil ik op deze plaats stil staan bij het belang van regionale samenwerking, dit naar aanleiding van bovengenoemd rapport dat onlangs gepresenteerd is en dat in de komende maanden uitgebreid onderwerp van discussie zal zijn. Aanleiding voor de discussie is een rapport dat de provincie vorig jaar al gepubliceerd heeft over de bestuurlijke toekomst van Noord-Brabant. Het handelde over wat men noemt “Veerkrachtig Bestuur”, ofwel de vraag hoe het bestuur van onze provincie en onze Brabantse gemeenten er in de toekomst uit moet zien. Hoe kan bestuurlijk Noord-Brabant antwoord geven op vragen die de moderne maatschappij stelt. Hoe ga je om met vraagstukken als globalisering en schaalvergroting aan de ene kant en democratische legitimatie en betrokkenheid van de burger aan de andere kant. De ontwikkeling van het openbaar bestuur is eigenlijk een eeuwigdurende discussie en het zal ook altijd wel onderwerp van discussie blijven. Er doet zich wat dat aangaat eigenlijk wel een wat vreemd verschijnsel voor: in alle discussies door de jaren heen is gemeentelijke herindeling nooit een favoriete optie, het grote “H-woord” lijkt wel een taboe, waar niet over gesproken mag worden. En toch is juist die gemeentelijke herindeling altijd het belangrijkste middel geweest om te komen tot een bestuurlijke hervorming en om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. Het aantal gemeenten in Nederland is in de loop van vele jaren gedaald van ruim duizend naar minder dan vierhonderd!

In bovengenoemd rapport “Veerkrachtig Bestuur” vraagt de provincie aan de gemeenten hoe men denkt over de bestuurlijke toekomst van de eigen gemeente. De colleges van de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk hebben daarop besloten om een nadere verkenning te laten opstellen om de discussie over dit onderwerp wat meer te structureren. De heren Pieter Tops en Stavros Zouridis van de Universiteit Tilburg werd gevraagd om die nadere verkenning vorm te geven en zij hebben het rapport “Bestuurlijke toekomst Heusden, Loon op Zand en Waalwijk” onlangs gepresenteerd. Op de site van Gemeentebelangen kunt u het rapport ook nalezen. Het rapport begint (uiteraard zou ik bijna zeggen) met een beschrijving van de huidige situatie. Drie gemeenten, die op verschillende terreinen al intensief samenwerken, bijvoorbeeld via Baanbrekers, de organisatie die namens de drie gemeenten de nieuwe Participatiewet uitvoert. Op andere terreinen is die samenwerking wat meer vrijblijvend. De drie gemeenten nemen uiteraard ook deel aan andere vormen van regionale samenwerking op grotere schaal zoals de GGD, de Omgevingsdienst en de Veiligheidsregio. Maar bij die meer grootschalige regionale samenwerking zijn er ook verschillen. Zo is Heusden ingedeeld bij de Veiligheidsregio Brabant-noordoost, Waalwijk en Loon op Zand zitten bij Brabant-west. Algemeen kun je zeggen dat Heusden op enkele beleidsterreinen meer georiënteerd is op de regio Den Bosch, terwijl Waalwijk en Loon op Zand weer meer gericht zijn op de regio Tilburg. Op sommige terreinen werkt Heusden zelfs samen met meerdere regio’s, denk aan de samenwerking met MidPoint Brabant en Agrifood Capital.

Regionale samenwerking is bittere noodzaak, we kunnen gewoon niet zonder. Bij de uitvoering van bepaalde taken die van overheidswege bij de gemeenten worden neergelegd, is samenwerking met andere gemeenten noodzakelijk. Economisch beleid, arbeidsmarktbeleid, werkgelegenheid, maar bijvoorbeeld ook de transities in het sociale domein, allemaal onderwerpen die de gemeentegrenzen verre overschrijden. De vraag voor de komende jaren is nu hoe verder? Hoe moeten we die regionale samenwerking verder vorm geven. De huidige samenwerking, vaak geformaliseerd in zgn. gemeenschappelijke regelingen, voortzetten of opnieuw een grootschalige herindeling, waarbij bijvoorbeeld Heusden, Loon op Zand en Waalwijk opgaan in één nieuwe Langstraatgemeente. Het rapport van Tops en Zouridis moet enige ordening in die discussie brengen. Maar we moeten natuurlijk geen illusies koesteren, ondanks die poging om de discussie in goede banen te leiden blijft het een zwaar beladen onderwerp. De onderzoekers hebben nadrukkelijk gesteld dat zij met hun rapport geen enkele sturing aan de discussie willen geven. Dat was ook niet hun opdracht, de opdracht was om te komen met een verkenning van de problematiek, te komen met een document op basis waarvan er een goede discussie kan plaats vinden. Maar in het Brabant Dagblad lees je dan dat de onderzoekers eigenlijk een groot voorstander zijn van gemeentelijke herindeling en dat één Langstraatgemeente of Duingemeente de ideale oplossing voor de huidige drie gemeenten zou zijn. Misschien zijn ze dat ook wel, maar dat blijkt in ieder geval niet uit het rapport. Volgende week meer over de keuzemogelijkheden en de selectiecriteria die de onderzoekers aandragen.

 

Drunen, vrijdag 23 januari 2015

Kees Musters

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters