Iedereen doet mee in de Langstraat

Per 1 januari 2015 (dus over enkele maanden al) gaat de nieuwe Participatiewet in. Daarmee komt er één regeling aan de onderkant van de arbeidsmarkt. De huidige Wet Werk en Bijstand, de Wet Sociale Werkvoorziening en de Wajong gaan verdwijnen en gaan op in deze wet. Uitzondering geldt voor de huidige Wajongers; voor hen blijft de huidige wet van kracht, maar nieuwe gevallen komen wel onder de Participatiewet te vallen. Voor de invoering van de nieuwe Participatiewet werken de drie Langstraatgemeenten intensief samen. De uitvoering van de wet komt voor een belangrijk deel te liggen bij Baanbrekers, de organisatie die nu ook al de WWB en de WSW voor de drie gemeenten uitvoert. Er ligt nu een beleidsnota “Iedereen doet mee in de Langstraat”, een vervolg op een eerdere nota “Iedereen doet mee”. Die nieuwe beleidsnota vormt de basis voor het nieuwe participatiebeleid; de nota werd vorige week donderdag besproken in de informatievergadering Samenleving en zal op 6 november door de gemeenteraad worden vastgesteld.

Doelstelling van de Participatiewet is om iedereen mee te laten doen, ook de mensen met enige afstand tot de arbeidsmarkt zoals dat zo mooi heet. In deze nieuwe nota worden beleidskeuzes aan de drie gemeenteraden voorgelegd om het concrete beleid verder vorm te geven. Het uit te voeren beleid is voor een belangrijk deel natuurlijk al in de wet vastgelegd; niettemin hebben gemeenten nog wel enige beleidsvrijheid. Bekend discussiepunt is bijvoorbeeld het al dan niet verplicht stellen van een tegenprestatie bij een bijstandsuitkering. Hoe ga je dat als gemeente concreet invullen. Voorstel in deze nota is nu om die tegenprestatie op te leggen aan alle uitkeringsgerechtigden. In eerste instantie krijgt de betreffende persoon eerst zelf de kans om een geschikte tegenprestatie meestal in de vorm van vrijwilligerswerk aan te leveren. Maar lukt dat niet, dan zal de gemeente (lees Baanbrekers) op zoek gaan naar een geschikte tegenprestatie. Een ander belangrijk punt is het zgn. beschut werken nieuwe stijl. De oude WSW, zeg maar de oude sociale werkvoorziening zoals die tot op heden functioneert, gaat op slot. Dat wil zeggen dat de mensen die er nu werken dat mogen blijven doen, maar er komt in principe geen nieuwe instroom. Deze doelgroep moet zinvol werk kunnen vinden in het reguliere bedrijfsleven. In het Sociaal Akkoord is met de werkgevers afgesproken dat zij in de komende jaren 125 duizend banen voor deze doelgroep zullen creëren. De overheid, lees de gemeenten, doen daar nog eens 25 duizend banen bovenop, het nieuwe beschut werken. Vooralsnog gaan de drie Langstraatgemeenten nog geen definitief standpunt inzake dat nieuwe beschut werken innemen; men wil eerst onderzoeken of er eventueel een combinatie gelegd kan worden met de dagbesteding vanuit de WMO.

Participatiewet

Ook belangrijk is het feit dat er nog 84 tijdelijke WSW-dienstverbanden bij Baanbrekers lopen. Eerder hebben de drie gemeenten afgesproken dat deze tijdelijke dienstverbanden beëindigd moesten worden. De inzichten van toen gaven aan dat omzetting in vaste contracten veel te duur zou worden en een veel te grote aanslag op de beschikbare middelen zou plegen. Nu is men bij nader inzien toch tot de conclusie gekomen dat men die tijdelijke dienstverbanden beter kan omzetten in vaste contracten, vanwege de sociaal-maatschappelijke impact, maar ook om financiële redenen. Ontslag van deze mensen zou ongetwijfeld betekenen dat deze mensen in een bijstandsuitkering terecht komen; bovendien zou dan de WSW-subsidie helemaal komen te vervallen. Per saldo blijft het nog redelijk duur om die mensen in dienst te houden maar men stelt toch voor om het beleid op dat punt bij te stellen.

Ook stelt men voor om jongeren met een arbeidsbeperking een individuele studietoeslag uit te betalen, dit om de kansen op betaald werk te vergroten. De gemeente krijgen hiervoor extra geld van de overheid en men stelt nu voor om deze middelen daarvoor ook te oormerken.

Een belangrijk punt blijft ook de zgn. Social Return. Zoals bekend zijn de financiële resultaten bij Baanbrekers momenteel niet goed. Uit de meerjarenbegroting blijkt dat er in de komende jaren grote tekorten dreigen te ontstaan. Baanbrekers heeft opdrachtgevers nodig, zinvol werk om de medewerkers aan het werk te houden en om daarmee de nodige geldmiddelen te genereren. Opdrachten vanuit het bedrijfsleven, maar vooral ook opdrachten vanuit de drie gemeentes. Bij aanbestedingen door de gemeenten wordt al vaak een clausule in de contracten opgenomen dat bijvoorbeeld 5% van de opdracht uitgevoerd moet worden door mensen met een arbeidsbeperking, zo mogelijk via Baanbrekers. Ook kunnen de gemeenten meer werk zoals schoonmaakwerk, groenwerkzaamheden e.d. gewoon door Baanbrekers laten verrichten. Dat gebeurt nu ook al wel, maar nog in onvoldoende mate. En daar zullen de drie gemeenten toch meer werk van moeten maken. Enerzijds om de mensen met een arbeidsbeperking meer kansen te geven; anderzijds om Baanbrekers de kans te geven om voldoende geldmiddelen op tafel te krijgen om haar taken zo goed mogelijk uit te voeren. Het alternatief? Minder werk voor de betreffende doelgroep, slechte resultaten bij Baanbrekers die de gemeenten dan toch weer moeten compenseren met een hogere gemeentelijke bijdrage. En dat lijkt me geen goed alternatief.

 

Drunen, vrijdag 24 oktober 2014

Kees Musters

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters