Mission Impossible?

De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) staat de laatste tijd wel erg in de picture en niet zonder reden. Want dat het niet echt goed gaat met de relatief nieuwe organisatie, dat was al langer bekend. Vorig jaar bij behandeling van de jaarrekening hebben wij al de nodige kritische opmerkingen gemaakt en nu blijkt het allemaal nog veel erger. Uit een presentatie van de OMWB onlangs bleek dat het tekort over 2016 zonder ingrijpen oploopt naar 3,4 miljoen. In diverse gemeenteraden was dat al een reden om een motie van wantrouwen aan te nemen waarin het Dagelijks Bestuur gevraagd werd om op te stappen. De voorzitter, burgemeester Naterop van Wijk en Aalburg kreeg veel kritiek over zich heen en besloot vorige week zelf maar op te stappen. Maar met het opstappen van de voorzitter en wellicht ook nog het DB is de zaak natuurlijk nog niet opgelost.

Hoe heeft het zover kunnen komen, zo vraag je je dan af. Even terug in de historie. De OMWB werd begin 2013 opgericht als samenwerkingsverband tussen 27 gemeenten en de provincie. Belangrijkste taak: vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieuvergunningen. Daarnaast kunnen gemeenten ook vrijwillig een beroep doen op de OMWB voor bodemonderzoeken, geluidsmetingen, milieucommunicatie e.d. De provincie is de belangrijkste deelnemer in de gemeenschappelijke regeling en maakt van de OMWB gebruik voor het toezicht op de zware, risicovolle bedrijven. Aanleiding voor de oprichting: de rampen in Enschede en Volendam, waarbij achteraf bleek dat de handhaving en communicatie op het gebied van milieuwetgeving niet goed functioneerde. In 2008 kwam de commissie Mans met het advies om te komen tot regionale omgevingsdiensten en zo werd de OMWB één van de 29 omgevingsdiensten in Nederland. Alle deelnemende gemeenten en de provincie stuurden een deel van hun personeel naar de omgevingsdienst aan de Spoorlaan in Tilburg en zo begon de kersverse organisatie met 250 nieuwe werknemers en een verwachte omzet van 30 miljoen. Want de gemeenten en de provincie namen de verplichting op zich om diverse taken door de dienst te laten verrichten. Maar de OMWB kreeg nog meer opdrachten bij de oprichting mee: er werd een taakstellende structurele bezuiniging van 2 miljoen meegegeven want de organisatie moest wel budgetneutraal van start gaan. Het nieuwe personeel kreeg een baangarantie met behoud van bestaande rechtspositie en reiskostenvergoeding. Tot zover leek het nog allemaal goed te gaan.

Achteraf gezien blijkt het niet te werken en is dat ook nog wel te verklaren. Een nieuwe organisatie, bestaande uit 250 medewerkers die uit 28 verschillende organisaties bij elkaar gezet worden: dat is bijna vragen om problemen. ICT was niet op orde, de communicatie werkte niet, de begroting was gestoeld op uitgangspunten die achteraf als niet reëel gezien kunnen worden. Om maar een voorbeeld te noemen: het aantal productieve uren per werknemer werd ingeschat op 1350 per jaar; achteraf blijkt dat uit te komen op 1270 uren. Gevolg: een tekort van ruim 1 miljoen euro. Of een ander voorbeeld: achteraf blijken de gemeenten veel minder omzet bij de OMWB te genereren dan vooraf verwacht (ca – 1,8 miljoen euro). En zo zijn er meer zaken die achteraf gezien anders uitpakken dan vooraf ingeschat. Het is altijd makkelijk om de verantwoordelijkheid neer te leggen bij een directeur (die inmiddels ook al is opgestapt) of bij een Dagelijks Bestuur. En politiek gezien kan dat ook niet anders. Maar toch kun je je afvragen of het gehele project niet een “mission impossible” was. Een nieuwe organisatie optuigen met 250 werknemers uit 28 verschillende culturen, een forse bezuinigingstaak bij de start en deelnemers in de gemeenschappelijke regeling die zowel eigenaar als opdrachtgever zijn: zoals eerder gezegd dat is bijna vragen om problemen.

Veel belangrijker is natuurlijk de vraag hoe lossen we dit op. Het Algemeen Bestuur heeft inmiddels een plan opgesteld om uit de misère te komen: het zgn. plan Huis op Orde. In januari werd een nieuwe interim-directeur benoemd en momenteel wordt druk gewerkt om de zaken weer op orde te krijgen. In juli komt het bestuur met een herijking van het bedrijfsplan en met een (hopelijk) sluitende meerjarenbegroting. De gemeentelijke bijdrage zal ongetwijfeld verhoogd moeten worden om de zaken weer zwarte cijfers te kunnen schrijven en om onder het preventieve toezicht van het ministerie, dat in december 2015 werd ingesteld, uit te komen. Binnenkort worden de gemeenteraden weer bijgepraat en hopelijk krijgen we dan meer duidelijkheid met een wat rooskleuriger, maar tegelijk ook realistisch toekomstperspectief.

 

Kees Musters

Drunen, vrijdag 25 maart 2016

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters