Geld over bij Sociaal Domein

De tweede Bestuursrapportage van de gemeente Heusden is weer verschenen; zoals gebruikelijk zijn er weer diverse bijstellingen op de begroting; dit keer echter geen grote opvallende zaken of het moeten de kosten op de zorg zijn. Opnieuw blijkt dat de gemeente flink wat geld overhoudt op de budgetten die het Rijk beschikbaar stelt. De vraag is of dit ook structureel is en of dit moet leiden tot een bijstelling van beleid; voor de beantwoording van die vraag is het nog te vroeg.

Zoals bekend kregen de gemeenten in Nederland per begin 2015 nieuwe taken op hun bord. Een groot deel van de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) werd al langer door de gemeenten verzorgd, maar het takenpakket werd toen aanzienlijk uitgebreid. Ook de Jeugdzorg ging naar de gemeenten. De gemeenten kregen er zodoende een flink takenpakket bij en daar hoorde natuurlijk ook een budget bij. Het Rijk droeg de beschikbare rijksbudgetten over aan de gemeenten, maar paste daar wel een flinke korting van 15% en soms nog veel meer op toe. De gemeenten zit veel dichter bij de bevolking en zouden die taken veel efficiënter kunnen uitvoeren dan het Rijk, aldus de motivering die het kabinet daarbij gaf. Dat was trouwens ook de belangrijkste reden om deze taken bij de gemeenten neer te leggen.

Sinds 2014 is er in de gemeenten keihard gewerkt aan een goede organisatie van het vele werk dat hiermee gemoeid was. In Heusden werd zelfs een aparte organisatie opgericht, Bijeen, waar mensen met al hun zorgvragen terecht kunnen. De Jeugdzorg werd voor een belangrijk deel regionaal georganiseerd, in het geval van Heusden door de Regio Hart van Brabant. En de uitvoering van de Participatiewet is in handen van Baanbrekers. Bij de invoering van al deze maatregelen waren er grote zorgen over de financiële effecten van de gehele operatie. Immers 15% korting op de rijksbudgetten is niet niks en de grote vraag was en is of de gemeenten met die beschikbare budgetten zouden uitkomen. Er werd massaal gewaarschuwd voor de grote financiële risico’s die de gemeenten op hun bordjes kregen.

We zijn nu bijna twee jaren verder en wat blijkt: de gemeenten in Nederland houden (bijna) allemaal veel geld over. Landelijk gaat het om miljarden en de vraag daarbij is hoe komt dat nou? Zijn de gemeenten te zuinig waardoor de zorg voor de mensen aanzienlijk is teruggelopen? Of werken de gemeenten inderdaad veel efficiënter dan de centrale overheid in het verleden. Ook in Heusden blijft er geld over en in het coalitieakkoord is afgesproken dat overschotten in een Reserve Sociaal Domein worden gestort zodat het geld beschikbaar blijft voor de zorg. In 2015 werd er al ruim 2,6 miljoen euro in die reserve gestort en nu blijkt uit de bestuursrapportage dat het overschot in 2015 zelfs nog iets groter is en toeneemt met 240.000 euro. Bovendien heeft men een inschatting gemaakt van de resultaten in het nu nog lopende jaar 2016 en ook nu worden weer aanzienlijke overschotten verwacht. Op de WMO (o.a. Hulp bij de Huishouding) verwacht men dit jaar een bedrag van 1,4 miljoen over te houden en op de Jeugdhulp wordt ook een overschot van bijna 1 miljoen verwacht. Daartegenover staan de tekorten bij Baanbrekers maar inmiddels is gebleken dat die tekorten ook fors lager zullen uitvallen dan eerder begroot. Kortom, die Reserve Sociaal Domein gaat in twee jaar tijd toch behoorlijk oplopen tot mogelijk 5 miljoen. In Heusden worden de overschotten gereserveerd voor de zorg, maar dat is lang niet overal zo. Diverse gemeenten stoppen de overschotten bij de algemene middelen en gebruiken dat geld dus voor allerlei andere doeleinden. Volgens de geldende regelgeving mag dat, sterker nog, met ingang van 2018 worden de budgetten die nu nog apart beschikbaar worden gesteld, geïntegreerd in de Algemene Uitkering Gemeentefonds en dan kun je als gemeente dus eigenlijk al niet meer zien of je geld overhoudt of tekort komt. Hoe dan ook, voor een bijstelling van het beleid is het nu nog te vroeg. Het feit dat we nu een aardige reserve kunnen opbouwen is op zich helemaal niet verkeerd. Je kunt uit die reserve putten als er over enkele jaren plotseling een tekort zou opduiken. Bijvoorbeeld bij Jeugdzorg kan dat zo maar gebeuren. Aan de andere kant kun je die reserve ook niet eindeloos laten groeien.

 

Kees Musters

Drunen, vrijdag 25 november 2016

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters