Nieuwe koers voor Baanbrekers

De financiële resultaten van Baanbrekers (uitvoeringsorganisatie Bijstand en Participatie voor de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk) waren in de afgelopen jaren nou niet bepaald rooskleurig en ook op dit moment zijn de vooruitzichten wat dat betreft niet goed. Ik heb daar op deze plaats regelmatig over geschreven. Ook de oorzaken van die slechte resultaten heb ik regelmatig genoemd. Met name het feit dat de financiering van deze organisatie achter gebleven is bij recente maatschappelijke ontwikkelingen. Zo loopt het aantal bijstandsuitkeringen momenteel al bijna tegen de 1700; enkele jaren terug was dat nog minder dan de helft daarvan. Maar terwijl het uitkeringenbestand is verdubbeld betalen de drie gemeenten nog altijd exact hetzelfde bedrag als bijdrage in de apparaatskosten. Daar komt nog bij dat Baanbrekers allerlei extra taken zoals uitvoering armoedebeleid krijgt toegeschoven terwijl ook daar geen extra geldmiddelen tegenover staan. Natuurlijk krijgt Baanbrekers budget voor de twee kentaken van de organisatie. De rijksbudgetten voor de uitkeringen van bijstand (het zgn. BUIG-budget) en voor de re-integratie (Participatiebudget) worden een op een door de drie gemeenten aan Baanbrekers uitbetaald. Maar daar zit ook niet het grootste probleem. Het budget voor de zgn. apparaatskosten is gewoon structureel veel en veel te laag. En als je aan de voorkant te weinig middelen aan een organisatie beschikbaar stelt, dan moet je er niet vreemd van op kijken dat er aan de achterkant grote tekorten tevoorschijn komen.

De hoogste tijd om de koers te verleggen. Afgelopen week was er een bijeenkomst van de drie gemeenteraden om daarover op een informele wijze te discussiëren. Iedereen was het er eigenlijk wel over eens dat het inderdaad anders moet. De financiering van de organisatie behoeft aanpassing, mede door de decentralisaties die het Rijk in de afgelopen jaren in het Sociaal Domein heeft doorgevoerd. Er moet meer duidelijkheid komen over de taken die Baanbrekers moet uitvoeren, natuurlijk de bijstandsuitkeringen en de participatie want dat zijn de kerntaken. Daar moet een adequate financiering bij komen, tot nu toe gebeurde dat op basis van de Rijksbudgetten; de apparaatskosten en eventuele exploitatietekorten worden tot nu toe verdeeld op basis van het aantal inwoners van de drie gemeenten en dat lijkt nog altijd een goede verdeelsleutel. Er moeten echter wel duidelijke nieuwe afspraken komen want vanaf 2018 zijn de rijksbudgetten niet meer geoormerkt en moeten de gemeenten dus zelf bepalen hoeveel budget zij voor deze doeleinden beschikbaar willen stellen. Daarnaast kunnen de gemeenten nog andere taken bij Baanbrekers neerleggen, maar dan moet er wel voor betaald worden. Het is op zich best mogelijk om de bijzondere bijstand bij Baanbrekers neer te leggen (zoals nu ook al gebeurt), maar dan moet je als gemeente wel bereid zijn om voor die dienstverlening te betalen. Het is ook de vraag of Baanbrekers altijd de meest aangewezen instantie is voor activiteiten die men nu verricht. Wat te denken van de participatie-activiteiten ten behoeve van mensen met een erg grote afstand tot de arbeidsmarkt. Terugkeer naar een reguliere baan (en dat is de belangrijkste doelstelling bij Baanbrekers) is zo goed als onmogelijk en dan lijkt het meer voor de hand te liggen om de organisatie van die participatie-activiteiten (meestal een vorm van vrijwilligerswerk) in handen van de gemeente zelf te leggen, bijvoorbeeld in het kader van de WMO.

Ook bij Baanbrekers zelf moet het een en ander veranderen. Met name de financiële planning en control cyclus zal worden aangepast en zal straks meer aansluiten bij de cyclus die de drie gemeenten hanteren. Maar kern van de zaak is dat er op voorhand meer middelen naar Baanbrekers moeten om de organisatie goed te laten functioneren. Overigens gebeurt dat nu ook al, maar dan achteraf: het betalen van exploitatieverliezen heet dat dan.

 

Kees Musters

Drunen, vrijdag 28 oktober 2016

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters