Afvalscheiding loont!

Goed nieuws: de afvalstoffenheffing gaat in 2018 voor een gemiddeld gezin met bijna 15% omlaag. Het jaarlijks te betalen bedrag gaat omlaag van € 186,96 naar € 159,60 en dat allemaal dankzij het omgekeerd inzamelen. Een daling van ruim 27 euro op jaarbasis is niet gering, al moet daarbij vermeld worden dat de gemeente bij invoering van het nieuwe inzamelingssysteem nog rekende op een verdergaande daling van 30 tot 35 euro. Als bijkomend voordeel geldt dat de milieudoelstelling (minder restafval) ook ruimschoots gehaald wordt. De resultaten overtreffen elke verwachting; dat bleek ook al uit een eerste evaluatie eerder dit jaar.

Mooie resultaten dus, maar die optimale afvalscheiding heeft wel gevolgen en die gaan veel verder dan men had verwacht. Er is een enorme verschuiving in de afvalstromen op gang gekomen: erg weinig restafval en veel meer gft- en pdm-afval. Gunstig want de verwerking van restafval is peperduur. Maar voor de inzameling en verwerking van gft en pdm hebben we in Heusden geen afzonderlijk tarieven; inlevering van zowel gft als pdm is voor de burger gratis. De kosten voor die inzameling worden natuurlijk wel gemaakt en die moeten uiteindelijk ook betaald worden. Daarvoor hebben we in Nederland de afvalstoffenheffing die uit twee elementen bestaat: een vastrecht en een variabel deel. Het variabele deel is afhankelijk van de hoeveelheid restafval die men in de ondergrondse containers deponeert (één inworp kost in 2017 nog 1,60). Maar de inzameling van gft en pdm moet betaald worden uit het vastrecht. Dat betekent dus dat de kosten verschuiven van het variabel deel naar het vastrecht met als gevolg dat het vastrecht in 2018 verhoogd moet worden van 87 naar 118,20 per jaar. Maar daar staat dan tegenover dat het variabel deel aanzienlijk lager gaat uitkomen ondanks het feit dat het inworptarief hoger wordt. Dat inworptarief gaat van 1,60 naar 2,30. Die verhoging is nodig omdat het gemiddeld aantal inworpen aanzienlijk lager is dan verwacht (men ging uit van 60 inworpen per gezin per jaar maar dat blijken er slechts 18 per jaar te zijn). De 1,60 die men nu nog hanteert blijkt veel te laag te zijn waardoor de opbrengst van de afvalstoffenheffing in 2017 veel lager uitvalt en lang niet kostendekkend is. En dat is wel het uitgangspunt bij berekening van de tarieven. Het tekort dat in 2017 ontstaat wordt gedekt uit de daarvoor ingestelde egalisatiereserve. Probleem is alleen dat die reserve al negatief was en nu nog verder negatief gaat worden. Dus ook dat tekort moet in de komende jaren nog aangevuld gaan worden.

Het vastrecht gaat in 2018 dus aanzienlijk omhoog en voor nulaanbieders (mensen die geen restafval in de containers deponeren) betekent dat dus een lastenverzwaring. Daarover ontstond enkele weken terug nog enige commotie; nulaanbieders zouden gestraft worden voor hun goede scheidingsgedrag: geen restafval en toch meer betalen. Men gaat dan voorbij aan het feit dat ook deze personen gft en pdm afval inleveren en waarom zou deze groep daarvoor niet hoeven te betalen en andere mensen wel. Voor nulaanbieders geldt wat mij betreft hetzelfde als voor alle andere gezinnen: ook de inzameling van gft en pdm moet betaald worden en dat gebeurt nou eenmaal via het vastrecht.

Waar we ons wel zorgen over moeten maken is de verwerking van al dat gescheiden afval en dan met name het pdm-afval. In de afgelopen weken verschenen berichten in de media dat een groot deel van het ingezamelde plastic toch weer verbrand moet worden vanwege een te slechte kwaliteit. In dat geval wordt de milieudoelstelling feitelijk niet gehaald en worden er bovendien onnodige kosten gemaakt. Want de scheiding van afval kan op gemeentelijk niveau voor inwoners dan wel tot voordelen leiden, maatschappelijk gezien kost dat hele proces miljarden. De kosten van de gescheiden inzameling en vooral verwerking worden voor een belangrijk deel gesubsidieerd vanuit het Afvalfonds en ook dat is geld dat we als inwoners van Nederland moeten ophoesten. Prima als de milieudoelstelling dan ook gehaald wordt, maar volstrekt ondoelmatig en inefficiënt als al dat plastic toch weer verbrand moet worden. Hoe dan ook, in 2018 is de Heusdense burger gemiddeld 15% goedkoper uit.

 

Kees Musters

Drunen, vrijdag 29 september 2017

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters