Enkele weken terug schreef ik op deze plaats al een stukje over de WMO nieuwe stijl. Gemeenten zullen per 1 januari 2015 opgezadeld worden met nieuwe taken, niet alleen op het gebied van gezondheidszorg, maar ook op het gebied van jeugdzorg en participatie. Eén van de grote problemen daarbij is dat nog altijd niet exact duidelijk is welke taken naar de gemeenten komen. Voorbeeld is de persoonlijke verzorging. Onlangs heeft de staatssecretaris besloten dat niet bij de gemeenten neer te leggen maar bij de zorgverzekeringen. Maar gemeenten hebben daar weer fel op geprotesteerd.

Ook andere zaken zijn nog steeds niet duidelijk. Momenteel vindt de besluitvorming plaats in de Tweede Kamer, waarbij allerlei zaken nog uitonderhandeld moeten worden. De wachttijd en de tegenprestatie bij een bijstandsuitkering staan bijvoorbeeld nog steeds ter discussie. Maar als gemeente kun je daar niet op wachten. De datum van invoering (1 januari 2015) nadert snel en op dat moment moeten de gemeenten er toch klaar voor zijn. Afgelopen week kwam in de informatievergadering Samenleving het beleidskader Transitie Sociaal Domein aan de orde. Hierin een globale schets van hoe de gemeente Heusden een en ander denkt te gaan regelen. Het gaat daarbij in principe om alle taken op het gebied van werk en inkomen, de jeugdhulp en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Belangrijk vertrekpunt bij de organisatie van hulp is de eigen kracht van mensen en hun directe leefomgeving. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor de eigen leefsituatie en de gemeente moet zich daar niet mee bemoeien. Om het potentieel aan eigen kracht zoveel mogelijk te benutten is versterking van de zgn. “nulde en eerste lijn” noodzakelijk. Maatregelen als voorlichting, facilitering van mantelzorg, vrijwilligerswerk, verenigingsleven e.d. spelen daarbij een cruciale rol. Als een inwoner zich echt niet meer kan redden, dan pas komen andere voorzieningen in beeld. Daarbij worden meer voorzieningen algemeen toegankelijk gemaakt. Nu is daar vaak nog een indicatiestelling voor noodzakelijk. En hoewel er sprake is van een drietal afzonderlijke wetten (AWBZ/WMO, jeugdzorg en Participatiewet) wil men toch de nadruk leggen op de zgn. 3D-benadering: één huishouden, één plan, één regisseur. Deze nieuwe benadering acht men ook dringend noodzakelijk om de kosten beheersbaar te houden. Want er mogen dan veel zaken nog onzeker zijn, één ding is wel zeker: gemeenten moeten de taken uitvoeren met veel minder geld. Er worden grote kortingen op de budgetten doorgevoerd tot soms wel 40% (Hulp bij het Huishouden). Gemeenten lopen dus grote risico’s. Je kunt in de loop van het jaar de geldkraan niet dichtdraaien onder het motto, dat het budget op is. En het gaat daarbij om grote budgetten. Voor de gemeente Heusden alleen al gaat het volgens een zeer voorlopige schatting om een totaal budget van 20 miljoen euro. Heusden werkt dan ook intensief samen met Waalwijk en Loon op Zand en ook in een groter verband in de regio Tilburg. Uitgangspunt daarbij is lokaal wat lokaal kan, maar regionaal wat regionaal beter kan. Hele dure voorzieningen worden straks centraal ingekocht via de gemeente Tilburg.

De noodzakelijke steun wordt naar de mensen toegebracht en niet zoals nu andersom. Er moet sprake zijn van maatwerk, een passende oplossing bij de problematiek van een bepaald gezin en dus geen standaardoplossingen.

Nog niet alles is uitgekristalliseerd. Op het gebied van Participatie is het beleidskader bepaald summier te noemen. Aan dat dossier zal in de komende maanden nog hard gewerkt moeten worden. Dan zal er nog gewerkt moeten worden aan de organisatorische vormgeving. Men hoopt daar in juni uit te zijn; in september zal er een verordening voorzieningen vastgesteld gaan worden en in november zal de uiteindelijke inkoop van zorg gaan plaats vinden. Kortom nog een heel traject te gaan in deze moeilijke materie.

 

Drunen, vrijdag 31 januari 2014

Kees Musters

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters