Wie betaalt hoeveel voor Baanbrekers?

Een half jaartje terug, 26 april 2021, werd in de informatievergadering Bestuur gesproken over een bijstelling van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Baanbrekers. Er leek overeenstemming te bestaan over een nieuwe verdeelsleutel van de kosten van Baanbrekers. Het Dagelijks bestuur en het Algemeen Bestuur waren al akkoord gegaan met de nieuwe voorstellen en ook in de informatievergadering werd positief over het stuk gesproken, al had ik persoonlijk nog wel een aantal vragen bij de uitwerking van het voorstel. De betrokken gemeenteraden van Heusden, Loon op Zand en Waalwijk moesten nog een definitief besluit nemen, maar vóór het zover was werd het voorstel weer teruggenomen en tot op heden is er nog geen besluit op dit punt genomen.

Het handelt allemaal over de vraag hoeveel elke gemeente moet bijdragen in de kosten van Baanbrekers. Tot nu toe was het zo geregeld dat elke gemeenten de rijksbijdragen voor bijstand en re-integratie rechtstreeks naar Baanbrekers doorbetaalden zodat de uitkeringen daaruit betaald konden worden. De organisatiekosten werden verdeeld aan de hand van het aantal inwoners van elke gemeente en dat gold ook voor eventuele tekorten (of overschotten) in de jaarrekening. Deze regeling zou volgens de geldende GR na 5 jaren geëvalueerd worden. Nu was het dus zover, er werd geëvalueerd en de conclusie was dat de huidige verdeling toch niet helemaal rechtvaardig was. Er kwam een ander voorstel op tafel: de kosten in verband met de bijstandsuitkeringen moesten voortaan verdeeld worden op basis van het aantal bijstandsuitkeringen in elke gemeente, voor de kosten van reïntegratie en het sociale werkbedrijf zou men uitgaan van het WSW-budget van elke gemeente en voor de organisatiekosten zou men uitgaan van een gemiddelde van die twee verdeelsleutels. Dat lijkt een meer rechtvaardige verdeling van de kosten en zoals gezegd, hierover was overeenstemming bereikt in het Dagelijks Bestuur en in het Algemeen Bestuur en je mag dus veronderstellen dat ook de drie betrokken colleges akkoord waren met dit voorstel, immers die zijn vertegenwoordigd in beide bestuurslagen.

De effecten van de nieuwe regeling waren divers: voor Waalwijk maakte het niet zoveel uit, maar voor Heusden leidde het voorstel tot een jaarlijks voordeel van ruim 2,5 ton, terwijl de gemeente Loon op Zand een evenzo groot nadeel zou kunnen verwachten. Om de pijn wat te verzachten werd dan ook een ingroeimodel overeengekomen.
Maar tot een raadsbesluit is het nooit gekomen. De gemeente Loon op Zand heeft, volgens een raadsinformatiebrief aan de gemeenteraad van Heusden van 26 oktober jl., te kennen gegeven dat de nieuwe regeling de financiële draagkracht van Loon op Zand te boven gaat, m.a.w. Loon op Zand kan de extra lasten niet dragen en dus kiest Loon op Zand er nu voor om de oude regeling te handhaven. Evaluatie en nieuw voorstel ten spijt, maar alles blijft nu bij het oude want de GR kan alleen gewijzigd worden als alle drie gemeenten akkoord gaan. Gevolg is dan ook dat de gemeente Heusden moet opdraaien voor kosten die Loon op Zand kennelijk niet kan betalen, natuurlijk een onbevredigende situatie. Er wordt blijkens de raadsinformatiebrief nu nog gesproken over een compensatie die Loon op Zand dan zou moeten betalen aan Heusden, maar het resultaat van dat overleg laat nog op zich wachten. In de begroting 2022 heeft de gemeente Heusden voor die compensatie vooralsnog 70.000 euro opgenomen, maar dat komt bij lange na niet in de buurt van die 2,5 ton!

Drunen, vrijdag 5 november 2021

Kees Musters

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters