Baanbrekers levert kwaliteit

In de januari-vergadering van het Algemeen Bestuur van Baanbrekers kwam een tweetal rapporten aan de orde, waaruit blijkt dat de organisatie uitstekend presteert. Zoals wellicht bekend, Baanbrekers is de organisatie, die namens de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk, de participatiewet uitvoert. Belangrijkste taak is het verzorgen van de bijstandsuitkeringen, maar daarnaast doet Baanbrekers erg veel aan re-integratie: het begeleiden van werkzoekenden naar een reguliere baan. Cedris, de landelijke organisatie van alle sociale diensten in Nederland, beoordeelt alle organisaties elk jaar op een groot aantal items. Zo zijn er een aantal algemene kenmerken waarop de organisatie beoordeeld wordt  zoals:  stelt de organisatie alle benodigde informatie tijdig ter beschikking, is er een transparant beloningsbeleid, is er een open bestuurscultuur, hoe staat het met het rendement van de organisatie. Zo kijkt men ook naar aspecten als goed werkgeverschap, kwaliteit en dienstverlening. In totaal wordt de organisatie getoetst op meer dan 40 onderdelen en de conclusie is dat Baanbrekers op nagenoeg al die punten aan de eisen voldoet. Slechts op één punt voldoet men niet voor de volle 100%, nl. op de vraag of alle medewerkers een actueel ontwikkelingsplan hebben. Maar ook op dat vlak wordt er gewerkt om nog dit jaar ook aan die eis te voldoen. Overigens, het feit dat Baanbrekers op bijna alle punten positief scoort is geen uitzondering: op de meeste onderdelen scoort meer dan 90% van alle organisaties (gelukkig) in Nederland voldoende.

Tegelijk met het Cedris-rapport kwam er ook nog een ander rapport ter sprake: het Divosa Benchmark rapport. Hierin worden de (financiële) resultaten van Baanbrekers vergeleken met andere vergelijkbare organisaties. Ook uit dit rapport blijkt dat Baanbrekers het goed doet. De bijstandsdichtheid in de Oostelijke Langstraat is bijzonder laag en ook het uitstroompercentage van 6% steekt bijzonder gunstig af tegen dat cijfer bij andere organisaties. Op zich al bijzonder want als je totale bestand relatief kleiner is, dan zou je ook minder uitstroom kunnen verwachten. Overigens leidt een grote uitstroom niet automatisch tot financieel betere resultaten. Als het aantal bijstandsuitkeringen namelijk landelijk minder wordt, dan zal de BUIG-uitkering, d.i. de vergoeding die gemeenten van het Rijk hiervoor krijgen, ook navenant dalen. Er ontstaat daardoor alleen maar een voordeel als je eigen organisatie wat de uitstroom betreft beter scoort dan het landelijk gemiddelde. En dat was bij Baanbrekers inderdaad het geval. Kanttekening daarbij is dat je dat waarschijnlijk niet lang kunt volhouden. Immers de beste mensen verdwijnen het eerst uit het bestand. Nu al zie je dat het aantal ouderen (55-65 jaar) in het bestand bij Baanbrekers relatief erg hoog ligt. Wat ook opvalt: Baanbrekers maakt opvallend veel gebruik van het instrument van de loonkostensubsidie; daartegenover staat dat Baanbrekers zeer weinig gebruik maakt van het Beschut Werken. Er is ook een zorgelijke ontwikkeling: het aantal BUIG-vorderingen neemt met een dikke 10% toe en dat is aanzienlijk meer dan bij vergelijkbare organisaties. Die groei is voor een belangrijk deel te wijten aan het overtreden van de inlichtingenplicht. Ook het aantal uitkeringen waarbij een tegenprestatie wordt gevraagd is minimaal (minder dan 1%), terwijl dat bij gemeenten met dezelfde grootteklasse toch royaal boven de 4% ligt.
Eindconclusie: Baanbrekers doet het erg goed met een volumedaling die groter dan gemiddeld is, met financieel goede resultaten en een relatief lage gemiddelde prijs, hetgeen er op duidt dat de organisatie efficiënt werkt. Maar er is ook ruimte voor verbetering.

Drunen, vrijdag 6 maart 2020

Kees Musters

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters