Beeldgericht werken in openbare ruimte

Volgende week komt in de raadsvergadering het Beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte 2021 aan de orde, een beleidsplan waar inmiddels al meerdere malen over gesproken is, laatstelijk nog in de informatievergadering Ruimte en Duurzaamheid van 15 september jl. Het plan, aangeduid met de afkorting IBOR, is o.a. ook tot stand gekomen door inbreng van inwoners en via een aantal thema-avonden heeft ook de gemeenteraad de nodige inbreng kunnen leveren. Het plan dat nu voorligt gaat uit van een integrale benadering van de openbare ruimte en een uitvoering op basis van het principe beeldgericht werken. Het onderhoud van de openbare ruimte krijgt daarmee toch andere accenten dan in de afgelopen jaren het geval was. Toen was er veel meer sprake van een financieel gestuurd beheer, waarbij de veiligheid leidend was: het beheerprincipe “veilig en heel”.

De kwaliteit van de openbare ruimte wordt niet alleen bepaald door het te kiezen onderhoudsniveau, maar ook door het gekozen materiaalverbruik. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van een Leidraad Inrichting Openbare Ruimte, de zgn. LIOR. De nu nog gebruikte Leidraad is niet meer actueel en gaat niet uit van meervoudig ruimtegebruik, zoals dat tegenwoordig steeds vaker gevraagd wordt. Het college heeft dan ook besloten om ook de LIOR te actualiseren en trekt daar 25 duizend euro voor uit.

Terug naar het IBOR, toch een belangrijk document want de openbare ruimte is van ons allemaal en we maken er allemaal elke dag weer gebruik van. Iedereen heeft ook wel een mening over de kwaliteit van de openbare ruimte, de kwaliteit van voet- en fietspaden die al dan niet te wensen over laat, onderhoud van wegen, de uitstraling van het openbaar groen en ga zo maar door. Die openbare ruimte gaat de gemeente nu “beeldgericht” onderhouden. Wellicht het gemakkelijkst uit te leggen als het over het openbaar groen gaat. Nu vindt het onderhoud nog frequentiegericht plaats: eens in de zoveel tijd wordt er gras gemaaid of onkruid geschoffeld. Bij het zgn. beeldgericht werken wordt uitgegaan van de werkelijke situatie en pas onderhoud gepleegd als de kwaliteit tot een bepaald niveau gedaald is. Daarbij worden in de praktijk drie niveaus A, B en C gehanteerd. Toegepast op open verhardingen zoals veel wegen, voet- en fietspaden: bij niveau A is er nauwelijks onkruid te zien, bij niveau B is er een beperkte hoeveelheid onkruid te zien en bij niveau C redelijk veel onkruid. Vervolgens kun je deze kwaliteitscriteria loslaten op verschillende gebiedssoorten. Zo kiest de gemeente Heusden bij de centra en bij woongebieden voor niveau B: dat betekent dus dat de gemeente onderhoud gaat plegen op het moment dat het kwaliteitsniveau B bereikt gaat worden. In deze gebieden wordt dus een redelijk hoog kwaliteitsniveau nagestreefd. Maar in andere gebieden zoals bedrijventerreinen en in het buitengebied kiest men voor het lagere niveau C. Overigens: voor onkruid op verharding kiest men in alle gebieden voor niveau B.

Het nieuwe beleidsplan gaat ervan uit dat het nieuwe beleid binnen de bestaande budgetten kan worden uitgevoerd. Maar dat geldt niet voor de vervanging van bepaalde elementen. Een groot deel van de gemeente Heusden is aangelegd in de periode tussen 1950 en 1970, een groot deel van de wegen, trottoirs en groen is dus al meer dan 50 jaar in gebruik en aan vervanging toe. Maar daar is in de begroting nog niet voldoende rekening mee gehouden. De gemeenteraad heeft al een extra budget van 5 ton in de jaarlijkse begroting opgenomen voor onderhoud wegen; over de inzet van deze middelen in de komende jaren is nog geen besluit genomen. Streven is “werk met werk” te maken en daarom werkt men bij voorkeur op basis van integrale projecten: projecten waarbij de riolering vervangen moet worden en waarbij dan meteen de openbare ruimte inclusief verlichting en groen gerenoveerd worden. Maar dat lukt natuurlijk niet altijd en overal. Bij het opstellen van de nieuwe beheerplannen op basis van het nieuwe IBOR zal blijken hoe groot die kosten van de vervangingsopgave zullen zijn. Het college verwacht dat bij het opstellen van de Voorjaarsnota 2022 of 2023 daarover meer duidelijkheid gegeven kan worden. Maar dat er flink geld bij zal moeten, dat is niet zo moeilijk te voorspellen.

Het beleidsplan IBOR kunt u nalezen op de website van de gemeente (raadsagenda 28 september 2021):

https://heusden.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/3ac72d86-b97b-41cd-9daa-25091babb612

Drunen, vrijdag 24 september 2021

Kees Musters

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters